ECLI:NL:RBOVE:2026:1224
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over hernieuwd verzekeringsgeneeskundig onderzoek bij beëindiging Ziektewet-uitkering
Eiseres werkte tot haar ziekmelding in november 2018 en ontving sindsdien diverse uitkeringen, waaronder Ziektewet (ZW) en Werkloosheidswet (WW). Het UWV beëindigde haar ZW-uitkering per 6 mei 2024, omdat zij volgens een functionele mogelijkhedenlijst (FML) van 26 maart 2024 meer dan 65% van haar loon kon verdienen. Eiseres betwistte dit en stelde dat haar medische situatie, met chronische rugpijn, PTSS en slaapproblemen, onvoldoende was meegewogen.
De rechtbank constateert dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek niet volledig zorgvuldig is geweest. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft onvoldoende informatie ingewonnen bij de behandelend psycholoog over de psychische klachten en het slechte slapen van eiseres. Ook is onduidelijk of het medicijn Tramadol, dat eiseres rond de datum in geding gebruikte, is betrokken bij de beoordeling van haar belastbaarheid.
Daarom oordeelt de rechtbank dat het UWV de gebreken in het besluit moet herstellen door een nieuw verzekeringsgeneeskundig onderzoek te laten uitvoeren, waarbij de verzekeringsarts bezwaar en beroep aanvullende informatie moet inwinnen over de psychische problematiek en medicijngebruik. De mate van arbeidsgeschiktheid op 6 mei 2024 moet vervolgens opnieuw worden vastgesteld. De rechtbank houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank beveelt het UWV nader verzekeringsgeneeskundig onderzoek te doen en houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak.