ECLI:NL:RBOVE:2026:1153
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
College moet binnen 16 weken beslissen op verzoek verkeersbesluiten fietspad Albergen
Eiseres heeft het college van Gedeputeerde Staten van Overijssel verzocht om handhavend op te treden tegen het illegaal gebruik van een verlicht fietspad aan de [weg] in Albergen, dat in beide richtingen wordt gebruikt. Tevens verzocht zij het college om verkeersbesluiten te nemen om dit gebruik te legaliseren of het fietspad aan de andere zijde te verlichten.
Het college reageerde afwijzend op het handhavingsverzoek en verklaarde het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk, omdat het college meende niet bevoegd te zijn en de reactie geen besluit met rechtsgevolgen was. Eiseres stelde beroep in tegen deze afwijzing en tegen het niet tijdig beslissen op haar verzoek om verkeersbesluiten.
De rechtbank oordeelt dat het college ten onrechte niet heeft onderkend dat het verzoek om verkeersbesluiten een aanvraag is waarop binnen een redelijke termijn moet worden beslist. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is gegrond en het college wordt opgedragen binnen zestien weken alsnog te beslissen, met een dwangsom bij overschrijding. Het beroep tegen de afwijzing van het handhavingsverzoek wordt ongegrond verklaard omdat het college geen besluit heeft genomen.
De rechtbank wijst het college tevens aan om het door eiseres betaalde griffierecht en gemaakte reiskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter E.C. Rozeboom en griffier J.J. van Heijningen op 4 maart 2026.
Uitkomst: Het college moet binnen zestien weken beslissen op het verzoek om verkeersbesluiten en het beroep tegen afwijzing handhavingsverzoek wordt ongegrond verklaard.