RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer : 11396119 \ CV EXPL 24-3645
mr. drs. Nick Johan Herman LEFERINK,
kantoorhoudende te Hengelo (O) ,
in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[bedrijf] B.V.,
eiser, hierna te noemen: de curator,
gemachtigde: mr. N.J.H. Leferink , advocaat te Hengelo (O) ,
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde, hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. J. Roose, verbonden aan Fyner Juridische Dienstverlening B.V.,
kantoorhoudende te Tilburg.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
het vonnis in het incident van 11 maart 2025;
de conclusie van antwoord, tevens houdende eis in reconventie;
de mondelinge behandeling d.d. 11 augustus 2025 waarvan door de griffier aantekeningen zijn bijgehouden. Van de zijde van de curator is een pleitnota, tevens akte houdende eisvermindering, overgelegd;
de akte uitlaten, tevens akte overleggen producties aan de zijde van de [gedaagde] ;
de akte uitlaten aan de zijde van de curator.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald dat heden wordt uitgesproken.
2. De feiten
2.1. In aanvulling op de in voormeld vonnis reeds opgenomen feiten stelt de kantonrechter het volgende vast.
2.2. De besloten vennootschap [bedrijf] B.V. (hierna: [bedrijf]), was een onderneming die zich richtte op verduurzaming van bedrijven en panden door levering en plaatsing van zonnepanelen, warmtepompen, cv-ketels en kunststofkozijnen. Directeur en bestuurder was de heer [directeur] (hierna: [directeur] ). De partner van [gedaagde] , de heer [medeoprichter] (hierna: [medeoprichter] ), was ook werkzaam bij [bedrijf]. [medeoprichter] had samen met [directeur] de vennootschap onder firma die de rechtsvoorgangster was van [bedrijf] opgericht en had afspraken gemaakt met [bedrijf] om op termijn een deel van de aandelen over te nemen.
2.3. Kort voor het faillissement van de onderneming op 23 juni 2023, is een conflict ontstaan tussen enerzijds [bedrijf] en anderzijds [medeoprichter] en [gedaagde] naar aanleiding van een e-mailbericht dat is verzonden aan klanten van [bedrijf]. In dit anonieme emailbericht werd gewaarschuwd voor de slechte financiële situatie van de onderneming. Op 12 mei 2023 zijn zowel [medeoprichter] als [gedaagde] op staande voet ontslagen. Nadien hebben partijen met hun gemachtigden onderhandeld en is van de zijde van [bedrijf] door de gemachtigde het volgende bericht gestuurd:
“(…) Thans bevestig ik de tussen partijen gesloten overeenkomst ten aanzien van de beëindiging van het dienstverband met uw cliënten. U heeft de regeling al in uw brief van 19 mei 2023 verwoord.
In het navolgende worden de punten van de regeling nog een keer uiteengezet:
Einddatum dienstverband 1 juni 2023;
Ontslag op staande voet wordt ingetrokken;
(…)
Het bedrag van de rekening-courant ad € 36.089,76, zoals uit de administratie en de boeken blijkt wordt niet ingevorderd en wordt verrekend;
Partijen verlenen elkaar over en weer finale kwijting;
(…)
Cliënte stelt voor beide werknemers een vaststellingsovereenkomst op waarvan u binnenkort het concept zult ontvangen.
De privé eigendommen kunnen worden opgehaald, daartoe overleggen partijen onderling en maken daarvoor een afspraak”.
2.4. Bij email van 1 juni 2023 heeft de gemachtigde van [bedrijf] bericht dat het gesprek over de regeling niet wordt voorgezet vanwege de slechte financiële situatie van het bedrijf en dat het ontslag op staande voet om die reden wordt gehandhaafd. Van de zijde van [gedaagde] en [medeoprichter] is hiertegen op 16 juni 2023 geprotesteerd en de stelling ingenomen dat tussen partijen overeenstemming is bereikt zodat het [bedrijf] niet vrijstaat terug te komen op de gemaakte afspraken.
2.5. Bij brief van 28 juni 2023 heeft de curator een ontslagbrief gestuurd naar [gedaagde] waarin de arbeidsovereenkomst, voor zover deze nog bestaat, wordt opgezegd.
2.6. Bij brief van 4 augustus 2023 heeft de curator aan [gedaagde] onder meer het volgende meegedeeld:
“(…) In de administratie van de onderneming is mij een aantal zaken met betrekking tot uw persoon opgevallen. Zo is er sprake van aanzienlijke betalingen van de onderneming aan u, buiten het salaris om, zijn er facturen die op uw naam staan door de onderneming betaald, lijkt er door u te zijn gefraudeerd met SVN-leningen en dient u nog bedrijfseigendommen (laptop en telefoon) in te leveren. Ik licht dit in deze brief toe.