Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:1062

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
3 maart 2026
Zaaknummer
ak_25_1021
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:2 AwbArt. 20 Wegenverkeerswet 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen verkeersbesluit afwaardering wegen naar fietspad

Deze uitspraak betreft het beroep van eiser tegen het verkeersbesluit van het college van burgemeester en wethouders van Hardenberg, waarbij gedeeltes van de Molckenbourstraat en Kamferbekestraat zijn afgewaardeerd naar een fietspad.

De rechtbank oordeelt dat eiser geen belanghebbende is in de zin van artikel 1:2 Awb Pro, omdat zijn belang niet voldoende onderscheidend is van dat van andere weggebruikers. Eiser woont op circa 170 meter afstand van de wegafsluitingen en het besluit heeft geen invloed op het aantal verkeersbewegingen bij zijn woning. Het feit dat hij als wijkbewoner regelmatig gebruikmaakte van de afgesloten wegen is onvoldoende om een individueel belang aan te nemen.

De rechtbank beoordeelt het beroep daarom niet inhoudelijk en verklaart het niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter Steinebach-de Wit en griffier Fortuin op 3 maart 2026.

Uitkomst: Het beroep tegen het verkeersbesluit is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een bijzonder, individueel belang van eiser.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/1021

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser 1] en [eiser 2], wonende te [woonplaats],

hierna gezamenlijk te noemen: [eisers]
(gemachtigde: mr. C. Lubben),
en

het college van burgemeester en wethouders van Hardenberg

hierna: het college
(gemachtigden: [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2]).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het besluit van het college van 11 februari 2025 om gedeeltes van de Molckenbourstraat en Kamferbekestraat in Hardenberg af te waarderen naar een fietspad. [eisers] is het niet eens met dit besluit. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan.
2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat [eisers] niet-ontvankelijk is in zijn beroep, omdat [eisers] geen bijzonder, individueel belang heeft bij het verkeersbesluit dat zich in voldoende mate onderscheidt van dat van andere weggebruikers. De rechtbank beoordeelt zijn beroep dus niet inhoudelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

3. Op 2 oktober 2024 heeft het college een inloopbijeenkomst georganiseerd voor de bewoners van het gebied ‘De Cirkel’ in de wijk de Marslanden te Hardenberg over de afsluiting van de Molckenbourstraat en Kamferbekestraat voor doorgaand verkeer.
4. Op 30 oktober 2024 heeft het college het ontwerpbesluit voor het afwaarderen van gedeeltes van de Molckenbourstraat en Kamferbekestraat ter inzage gelegd.
5. [eisers] heeft een zienswijze ingediend op het ontwerpbesluit.
6. Bij besluit van 11 februari 2025 heeft het college gedeeltes van de Molckenbourstraat en Kamferbekestraat in Hardenberg afgewaardeerd naar een fietspad (het verkeersbesluit).
7. [eisers] heeft beroep ingesteld tegen het verkeersbesluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
8. De rechtbank heeft het beroep op 21 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [eiser 1], [eiser 2], hun gemachtigde en de gemachtigden van het college.

Beoordeling door de rechtbank

9. De rechtbank oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Is [eisers] belanghebbende bij het verkeersbesluit?
10. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of [eisers] belanghebbende is, zoals bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb).
11. Volgens artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Volgens artikel 20 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 kan enkel een belanghebbende bij een verkeersbesluit beroep instellen bij de rechtbank.
12. Het is vaste rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) dat met het stellen van het vereiste van het zijn van belanghebbende een zekere begrenzing is beoogd ten aanzien van de mogelijkheid tegen een besluit bezwaar te maken en beroep in te stellen. Het is niet de bedoeling van de wetgever geweest om tegen een verkeersbesluit beroep open te stellen voor een ieder. Bij verkeersbesluiten moet dan ook van geval tot geval worden onderzocht wiens belangen rechtstreeks bij een dergelijk besluit zijn betrokken. Iemand is slechts belanghebbende bij een verkeersbesluit indien hij of zij een bijzonder, individueel belang heeft bij dat besluit, welk belang zich in voldoende mate onderscheidt van dat van andere weggebruikers. [1]
13. Verder volgt uit de rechtspraak van de Afdeling dat als een verkeersbesluit directe gevolgen heeft voor het aantal verkeersbewegingen ter plaatse van de woning van een bezwaarmaker, deze kan worden aangemerkt als belanghebbende bij het verkeersbesluit. [2] De omstandigheid dat een bezwaarmaker of indiener van beroep regelmatig gebruikmaakt van het bedoelde weggedeelte, is verder onvoldoende om aan te nemen dat zijn belang zich in voldoende mate onderscheidt van dat van andere bewoners en weggebruikers. [3]
14. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eisers] geen bijzonder, individueel belang bij het verkeersbesluit dat zich in voldoende mate onderscheidt van dat van andere weggebruikers. Hiertoe overweegt zij dat [eisers] om de hoek van de wegafsluitingen woont, op zo’n 170 meter afstand (hemelsbreed) en dat het verkeersbesluit geen gevolgen heeft voor het aantal verkeersbewegingen voor zijn woning. Dat hij als wijkbewoner zelf regelmatig van de afgesloten wegen gebruikmaakte is, gelet op de rechtspraak van de Afdeling, onvoldoende om aan te nemen dat zijn belang zich in voldoende mate onderscheidt van dat van andere buurtbewoners en weggebruikers. Dat [eisers] het niet eens is met de motivering van het verkeersbesluit is onvoldoende om een individueel belang aan te nemen. Ook het op de zitting naar voren gebrachte argument dat de hulpdiensten (mogelijk) langer onderweg zijn om zijn huis te bereiken is eveneens onvoldoende om een bijzonder, individueel belang aan te nemen dat zich in voldoende mate onderscheidt van dat van zijn buren en andere weggebruikers. Dit geldt namelijk ook (in meer of mindere mate) voor de rest van de buurtbewoners.
15. De rechtbank concludeert dat het belang van [eisers] niet rechtstreeks bij het verkeersbesluit is betrokken, zodat hij geen belanghebbende is als bedoeld in artikel 1:2 van Pro de Awb. De rechtbank komt dan ook niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het verkeersbesluit.

Conclusie en gevolgen

16. Het beroep is niet-ontvankelijk. [eisers] krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.L.M. Steinebach-de Wit, rechter, in aanwezigheid van mr. J.P. Fortuin, griffier, uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 21 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3908.
2.Zie de hiervoor vermelde uitspraak van de Afdeling, r.o. 3.1.
3.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 29 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1316.