Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar en tegen de gedeeltelijke afwijzing van zijn verzoek tot openbaarmaking van documenten op grond van de Wet open overheid (Woo). De minister had op 6 juli 2023 een besluit genomen waarbij slechts een deel van de documenten werd vrijgegeven en bepaalde informatie werd geweigerd. Na het beroep besloot de minister op 5 december 2023 opnieuw, maar bleef bij de weigering van openbaarmaking van bepaalde documenten, waaronder procesadviezen van de landsadvocaat.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is omdat de minister inmiddels heeft besloten, maar verklaart het beroep tegen het besluit van 5 december 2023 gegrond. De rechtbank constateert een motiveringsgebrek in het besluit van de minister, omdat niet specifiek is aangegeven waarover de procesadviezen van de landsadvocaat gaan en waarom deze niet openbaar gemaakt kunnen worden. Dit is in strijd met de motiveringsplicht.
Verder beoordeelt de rechtbank dat de minister voldoende zorgvuldig onderzoek heeft gedaan naar de documenten die onder zijn beheer berusten en dat het ontbreken van bepaalde documenten aannemelijk is verklaard. De rechtbank bepaalt dat de minister een nieuwe beslissing op bezwaar moet nemen met inachtneming van deze uitspraak en veroordeelt de minister tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.