Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
[kind], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2019, aanhouden in afwachting van aanvullende stukken van de vader en de reactie van de moeder daarop.
- een brief van 23 juli 2025 met producties van de zijde van de vader;
- een F9-formulier van 1 september 2025 van de zijde van de moeder;
- een e-mailbericht van 20 oktober 2025 van de zijde van de moeder;
- een e-mailbericht van 22 oktober 2025 van de zijde van de vader.
2.De feiten
3.Het (gewijzigde) verzoek
4.Het verweer
3.De beoordeling
23 juli 2025 overgelegde salarisspecificaties. Hieruit blijkt een inkomen van € 3.018,37 bruto, een ploegentoeslag van € 845,14 bruto, een pensioenpremie van € 187,71, een premie WIA van € 2,39 een premie AOV-Hiaat van € 7,77 en een premie PAWW van € 7,57, alles per maand. Verder heeft de vader recht op vakantietoeslag en heeft hij onweersproken gesteld dat hij een dertiende maand ontvangt van € 525,- per jaar. Gelet op dit bedrag in relatie tot zijn bruto maandinkomen gaat de rechtbank ervan uit dat dit een belaste gratificatie is en zal die opnemen onder post 48. Rekening houdend met de algemene heffingskorting, de arbeidskorting en de (belasting)tarieven van 2025 berekent de rechtbank het netto besteedbaar inkomen van de vader op € 3.147,- per maand.
4.De beslissing
voorlopigekinderbijdrage;
definitievekinderbijdrage aan in afwachting van de beslissing over de definitieve zorgregeling.