Eiser ontving een WIA-uitkering en werkte daarnaast parttime bij een werkgever waar hij deels sociaal loon ontving. Na overstap naar een nieuwe werkgever zonder sociaal loon, berekende het UWV de uitkering opnieuw en vorderde een bedrag van € 1.470,97 terug over de periode oktober 2024 tot maart 2025.
Eiser voerde aan dat het UWV hem onvoldoende had geïnformeerd over de gevolgen van zijn baanwissel, waardoor hij onbedoeld een lagere uitkering kreeg en een terugvordering moest doen. De rechtbank stelde vast dat het UWV de wettelijke regels correct had toegepast, maar onvoldoende rekening had gehouden met zijn eigen aandeel in de ontstane situatie.
De rechtbank oordeelde dat het UWV onzorgvuldig was geweest door een algemeen antwoord te geven zonder de specifieke situatie van eiser te betrekken, wat leidde tot onjuiste verwachtingen bij eiser. Gezien deze dringende reden halveerde de rechtbank het terug te vorderen bedrag tot € 735,49.
Daarnaast werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, het griffierecht aan eiser vergoed en de proceskosten aan eiser toegekend. Een schadevergoeding werd afgewezen omdat geen concrete schade was aangetoond.