ECLI:NL:RBOVE:2025:7316

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
15 december 2025
Zaaknummer
11883159 \ CV EXPL 25-1653
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:265 lid 1 BWArt. 6:96 lid 6 BWBesluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand met betalingsregeling

De Christelijke Woningstichting "De Goede Woning" vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woning en betaling van de huurachterstand door de bewindvoerder van de huurder. De huurder erkent de huurachterstand maar betwist de ontbinding vanwege persoonlijke en financiële problemen. Tijdens de procedure is de huurder onder bewind gesteld en de bewindvoerder verschijnt als formele procespartij.

De kantonrechter beoordeelt dat de huurachterstand aanzienlijk is en rechtvaardigt ontbinding van de huurovereenkomst. De Woningstichting en bewindvoerder treffen een vaststellingsovereenkomst met een betalingsregeling voor de huurachterstand, rente, incassokosten en proceskosten. De bewindvoerder moet vanaf december 2025 maandelijks minimaal €100 aflossen en de lopende huur tijdig betalen.

De kantonrechter wijst de vorderingen van de Woningstichting toe, ontbindt de huurovereenkomst en legt ontruiming op met een termijn van 14 dagen na betekening van het vonnis, waarbij niet-naleving leidt tot gedwongen ontruiming. Tevens worden proceskosten toegewezen en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden, ontruiming opgelegd en een betalingsregeling getroffen voor de huurachterstand en kosten.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer : 11883159 \ CV EXPL 25-1653
Vonnis van 9 december 2025
in de zaak van
de stichting
CHRISTELIJKE WONINGSTICHTING "DE GOEDE WONING",
gevestigd en kantoorhoudende te Rijssen Holten,
eisende partij, hierna te noemen de Woningstichting,
gemachtigde: Groothuis Ligtermoet & Nijhuis,
tegen
[bewindvoerder],handelend onder de naam Presidio Bewind & Beheer V.O.F.,
in haar hoedanigheid van bewindvoerder van
[gedaagde](hierna te noemen [gedaagde]), wonende te [woonplaats],
zaakdoende te [woonplaats],
gedaagde partij, hierna te noemen de bewindvoerder q.q.,
verschenen in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 2 september 2025;
- de (mondelinge) conclusie van antwoord van 23 september van [gedaagde];
1.2.
De Woningstichting heeft een akte specificatie vordering ten behoeve van de mondelinge behandeling van 28 oktober 2025 overgelegd.
1.3.
De mondelinge behandeling is gehouden op 28 oktober 2025. Namens de Woningstichting zijn verschenen [naam 1] en [naam 2], vergezeld van
[naam 3], werkzaam bij Groothuis Ligtermoet & Nijhuis. Namens [gedaagde] is verschenen de heer [naam 4], haar partner. Tevens is de bewindvoerder verschenen. Van hetgeen tijdens de mondelinge behandeling aan de orde is gekomen heeft de griffier aantekeningen gemaakt.
1.4.
De procedure is aangehouden tot de rolzitting van 25 november 2025. Op deze rolzitting heeft de Woningstichting een akte uitlating partijen genomen met daarin een vaststellingsovereenkomst.
1.5.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde] huurt van de Woningstichting de woning gelegen aan [adres], gemeente [gemeente] tegen een huurprijs van op dit moment € 634,41 per maand, bij vooruitbetaling te voldoen.
2.2.
Vast staat dat er een achterstand bestaat in de huurbetalingen.
2.3.
[gedaagde] is bij beschikking van de kantonrechter van 24 oktober 2025 per
25 oktober 2025 onder bewind gesteld met als bewindvoerder [bewindvoerder], handelend onder de naam Presidio Bewind & Beheer V.O.F. (Registerkaartnummer: [nummer]).

3.Het geschil

3.1.
De Woningstichting vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van de huurachterstand met nevenvorderingen.
3.2.
De Woningstichting legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] in haar verplichtingen als huurder is tekortgeschoten door niet (volledig) aan haar betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens de Woningstichting de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.
3.3.
[gedaagde] heeft de huurachterstand niet betwist. [gedaagde] is het echter niet eens met de gevorderde ontbinding en ontruiming. Door persoonlijke en financiële problemen is zij niet in staat (geweest) om haar (huur)achterstand te betalen. [gedaagde] wil graag in de woning blijven wonen. [gedaagde] heeft vier kinderen (18, 16, 6 en 2 jaar). [gedaagde] woont samen met haar partner en haar twee jongste kinderen in de woning. Daarnaast verblijven de oudste kinderen af en toe bij haar en om het weekend verblijft het kind (6 jaar) van haar partner in de woning.
3.4.
Tijdens de procedure (per 25 oktober 2025) is [gedaagde] onder bewind gesteld. De bewindvoerder is op de mondelinge behandeling van 28 oktober 2025 verschenen en daar heeft de bewindvoerder naar voren gebracht dat zij bezig is met het opstellen van een betalingsvoorstel.
3.5.
Deze procedure is op de mondelinge behandeling van 28 oktober 2025 aangehouden. Daarna hebben partijen laten weten dat zij - onder verband van een vonnis – in een vaststellingsovereenkomst een betalingsregeling hebben afgesproken voor een totaalbedrag van € 4.026,78 (huurachterstand t/m november 2025 € 3.668,89 + wettelijke rente t/m november 2025 € 54,28 + buitengerechtelijke kosten € 301,61 (inclusief BTW)), te vermeerderen met de proceskosten van in totaal € 1.135,45. Een afschrift van de vaststellingsovereenkomst wordt aan dit vonnis gehecht.

4.De beoordeling

Onderbewindstelling

4.1.
Als sprake is van een procedure over een onder bewind gesteld goed – zoals de rechten voortvloeiend uit een huurovereenkomst – moet de bewindvoerder q.q. en niet de rechthebbende zelf in rechte worden betrokken. Dit volgt uit de beslissing van de Hoge Raad van 7 maart 2014 (ECLI:NL:HR:2014:525). De goederen van [gedaagde] zijn in dit geval pas na het uitbrengen van de dagvaarding (bij beschikking van 24 oktober 2025 van de kantonrechter te Enschede) onder bewind gesteld. Daarbij is [bewindvoerder], handelend onder de naam Presidio Bewind & Beheer V.O.F. tot bewindvoerder benoemd. Uit het hiervoor genoemde arrest volgt ook dat de bewindvoerder die vervolgens in rechte verschijnt als formele procespartij te gelden heeft en het geding kan overnemen. De bewindvoerder is op de mondelinge behandeling van 28 oktober 2025 verschenen. Hiermee is de bewindvoerder in rechte verschenen en zal zij als formele procespartij gelden. Dit is in de kop van dit vonnis verwerkt.
Ambtshalve toetsen
4.2.
De kantonrechter heeft ambtshalve beoordeeld of in de overeenkomst en/of de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden bepalingen zijn opgenomen ten aanzien van de gevorderde hoofdsom, de gevorderde vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten en/of de gevorderde vergoeding van rente, die zodanig afwijken van de wettelijke regelingen dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld en door de kantonrechter vernietigd moeten worden. Dat is niet het geval.
De huurachterstand
4.3.
Uit de overgelegde vaststellingsovereenkomst blijkt dat er sprake is van een huurachterstand van € 3.668,89 tot en met 24 november 2025. Omdat de bewindvoerder q.q. niet heeft betwist dat zij de huurachterstand moet betalen, zal aan huurachterstand tot en met november 2025 een bedrag van in totaal € 3.668,89 worden toegewezen.
De bijkomende kosten
4.4.
Vaststaat dat de bewindvoerder q.q (en/of [gedaagde]) niet tijdig heeft betaald en hierdoor in verzuim is geraakt. Naar het oordeel van de kantonrechter is de
bewindvoerder q.q. daarom ook de nadien in rekening gebrachte rente van € 54,28 verschuldigd.
4.5.
De Woningstichting heeft een bedrag van € 301,61 inclusief BTW aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. De Woningstichting heeft aan [gedaagde] aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.
De ontbinding en ontruiming.
4.6.
Op grond van artikel 6:265 lid 1 BW Pro geeft iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Deze rechtsregel brengt tot uitdrukking dat slechts een tekortkoming van voldoende gewicht recht geeft op (gehele of gedeeltelijke) ontbinding van de overeenkomst (HR ECLI:NL:HR:2018:1810). Bij de beantwoording van de vraag of ontbinding van deze huurovereenkomst gerechtvaardigd is kunnen alle omstandigheden van het geval van belang zijn.
4.7.
De kantonrechter is van oordeel dat de betalingsachterstand zodanig groot is, dat deze de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt.
4.8.
Echter hebben de Woningstichting en de bewindvoerder q.q. een in het vonnis op te nemen betalingsregeling getroffen, inhoudende dat de bewindvoerder q.q. met ingang van december 2025 maandelijks minimaal een bedrag van € 100,00 betaald ter aflossing van de huurachterstand en de proceskosten. Daarnaast moet de bewindvoerder q.q. met ingang van
1 december 2025 ook de lopende huur op tijd (gaan) betalen. De Woningstichting en de bewindvoerder q.q. hebben ingestemd met voorwaardelijke ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming onder de hieronder vermelde voorwaarden. De kantonrechter zal de regeling hierna opnemen in het dictum. De kantonrechter wijst de bewindvoerder q.q. erop dat overtreding van de genoemde voorwaarden door haar automatisch met zich brengt dat de huurovereenkomst alsnog is ontbonden en de bewindvoerder q.q. de woning alsnog zal moeten ontruimen als de Woningstichting dat verlangt (en het vonnis ten uitvoer legt). De termijn voor ontruiming zal op 14 dagen worden gesteld.
De proceskosten
4.9.
De bewindvoerder q.q. zal als de verliezende partij worden veroordeeld in de kosten van het geding, aan de zijde van de Woningstichting conform de betalingsregeling begroot op een bedrag van € 1.135,45 (€ 514,00 aan griffierecht, € 476,00 (2x € 238,00) aan salaris gemachtigde en € 145,45 aan kosten dagvaarding).

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de bewindvoerder q.q. om aan de Woningstichting te betalen een bedrag van € 4.026,78 (€ 3.668,89 aan huurachterstand tot en met 24 november 2025, wettelijke rente van € 54,28 en buitengerechtelijke kosten van 303,61 (inclusief BTW));
5.2.
veroordeelt de bewindvoerder q.q. in de proceskosten van € 1.135,45;
5.3.
ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot de woning aan [adres] en veroordeelt de bewindvoerder q.q. om binnen
14 dagen na betekening van dit vonnis het om het perceel, met al wie en al wat zich daarin vanwege [gedaagde] bevindt te ontruimen en te verlaten en geheel ter vrije beschikking van de Woningstichting te stellen, met aanzegging dat, indien de bewindvoerder q.q. daarmee in gebreke mochten blijven, de ontruiming door de deurwaarder zal worden bewerkstelligd en [gedaagde] met alle zich daarop en daarin bevindende personen en niet aan de Woningstichting toebehorende roerende zaken uit genoemde gehuurde te doen brengen naar de openbare straat, indien en zodra binnen één jaar na heden aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- de bewindvoerder q.q. betaalt niet of niet tijdig vanaf december 2025 de maandelijkse termijn van minimaal € 100,00, die zij moet betalen totdat de betalingsachterstand (zie 5.1.) en de proceskosten (zie 5.2.) volledig zijn betaald. De aflossing dient plaats te vinden op de derdenrekening van de gemachtigde van de Woningstichting onder vermelding van het dossiernummer [dossiernummer];
- de bewindvoerder q.q. betaalt vanaf december 2025 niet of niet tijdig (uiterlijk de 1e van iedere maand) de maandelijkse huur aan de Woningstichting.
5.4.
veroordeelt de bewindvoerder q.q. tot betaling van een bedrag gelijk aan de geldende huurprijs als vergoeding voor voortgezet gebruik voor iedere maand of gedeelte daarvan dat [gedaagde] de woning vanaf de ontbinding in gebruik heeft tot en met de dag van ontruiming;
5.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Smedes, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 9 december 2025. (ak)