Uitspraak
1.Het oordeel in het kort
2.De procedure
- i) ([naam 1] als leidinggevende bij) Securitas dat gesprek is aangevangen met de mededeling dat hij had vernomen dat [verzoeker] ziek is,
- ii) [verzoeker] daarna de aard van zijn chronische ziekte heeft toegelicht en
- iii) Securitas vervolgens heeft benoemd dat het vertrouwen in hem is geschaad om welke reden proeftijdontslag volgt (volgens [verzoeker] in verband met het verzwijgen van zijn ziekte, volgens Securitas in verband met het verzwijgen van het niet volledig lopen van de beveiligingsrondes).
tegenbewijs dient te leveren, en in zoverre komt de kantonrechter daarop terug. Redengevend daarvoor is dat uit de wgbh/cz volgt dat Securitas in een dergelijke situatie dient te bewijzen dat
nietin strijd met de bepalingen van de wgbh/cz is gehandeld (tegen
deelbewijs) en niet slechts het bewijsvermoeden dient te ontzenuwen (tegenbewijs). [2] Dat volgt ook uit artikel 10 van de richtlijn waarop de wgbhz/cz is gebaseerd. [3]
tegen mij, als je het niet erg vind dan wacht ik even hier. Ik stond al op de wentel trap en keek [verzoeker] aan en zei maar dan zie je het dak niet en het first data centre niet. Hierop reageerde hij nogal nonchalant en ongeïnteresseerd. (…)
Daarbij komt dat – gelet op de gemotiveerde betwisting van [verzoeker] – niet is vast komen dat Securitas in dat gesprek de reden van ontslag – geschaad vertrouwen – heeft gekoppeld aan de omstandigheid dat [verzoeker] had verzwegen dat hij zijn rondes niet volledig liep. Volgens [verzoeker] heeft Securitas het verzwijgen van zijn ziekte tijdens het gesprek op 27 februari 2025 aangegeven als de oorzaak van het geschaad vertrouwen. De verklaring van [verzoeker] wordt juist bevestigd door de door Securitas overgelegde verklaring van 1 mei 2025. Die houdt immers onder meer in dat [verzoeker] zijn collega heeft gevraagd zijn ziekte voor zijn leidinggevenden te verzwijgen.
Kamerstukken II 2013/14, 33818, 4 p.61), zodat in die zin sprake is van ernstige verwijtbaarheid. [verzoeker] kan dan ook op grond van het bepaalde in artikel 9 Wgbh/cz juncto artikel 7:681 lid 1 sub c BW aanspraak maken op een billijke vergoeding.