ECLI:NL:RBOVE:2025:6915

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
2 december 2025
Publicatiedatum
3 december 2025
Zaaknummer
C/08/341601 / KG ZA 25-281
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:13 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing schorsing ontruiming woning wegens huurachterstand en geen misbruik bevoegdheid

De kantonrechter heeft op 15 oktober 2024 de huurovereenkomst tussen eiser en Welbions voorwaardelijk ontbonden vanwege huurachterstand, met een voorwaardelijke ontruiming als eiser niet binnen een jaar aan de voorwaarden voldoet.

Welbions heeft de ontruiming aangezegd per 3 december 2025 omdat eiser de voorwaarden niet heeft nageleefd, met name het niet tijdig betalen van de maandelijkse vergoeding voor voortgezet gebruik. Eiser vordert in kort geding de ontruiming te schorsen en verdere executiemaatregelen te verbieden.

De voorzieningenrechter stelt vast dat eiser zich niet aan de betalingsafspraken heeft gehouden, ondanks meerdere kansen en afspraken. Welbions heeft een rechtens te respecteren belang bij ontruiming. Het beroep op misbruik van bevoegdheid wordt verworpen omdat er geen sprake is van een onevenredige belangenafweging of ander onrechtmatig handelen.

Persoonlijke omstandigheden van eiser, zoals ziekte en loonbeslag, leiden niet tot een ander oordeel. De vorderingen worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten. De ontruiming zal plaatsvinden op 10 december 2025 om 12.00 uur.

Uitkomst: De vorderingen tot schorsing van de ontruiming worden afgewezen en Welbions mag de ontruiming uitvoeren.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/341601 / KG ZA 25-281
Vonnis in kort geding van 2 december 2025
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
advocaat: mr. E.A. Stegehuis,
tegen
STICHTING WELBIONS,
te Hengelo,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Welbions,
advocaat: mr. M. Jansen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 8,
- de akte overlegging productie 9 van [eiser],
- de akte overlegging producties 1 en 2 van Welbions,
- de mondelinge behandeling van 2 december 2025, waarbij [eiser] en Welbions zijn verschenen, bijgestaan door hun advocaten. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Welbions een actueel overzicht verstrekt met daarop alle betalingen die door of namens [eiser] zijn gedaan.
- de pleitnota van Welbions.

2.De zaak in het kort

Bij vonnis van 15 oktober 2024 heeft de kantonrechter de huurovereenkomst tussen [eiser] en Welbions voorwaardelijk ontbonden en is [eiser] veroordeeld tot voorwaardelijke ontruiming vanwege een huurachterstand voor het geval [eiser] binnen één jaar na het vonnis niet heeft voldaan aan de voorwaarden. Welbions heeft de ontruiming aangezegd per 3 december 2025 omdat [eiser] zich niet zou hebben gehouden aan de voorwaarden. [eiser] is het hier niet mee eens en vordert in dit executiegeschil in kort geding dat de ontruiming met onmiddellijke ingang wordt geschorst en dat het Welbions wordt verboden om verdere executiemaatregelen te treffen. De vorderingen worden afgewezen omdat geen sprake is van misbruik van bevoegdheid.

3.De feiten

3.1.
Tussen [eiser] en Welbions bestaat een huurovereenkomst met betrekking tot de woning gelegen aan [adres]. Volgens de huurovereenkomst moet [eiser] de maandelijkse huur bij vooruitbetaling, voor de eerste van de dag van de komende maand, betalen.
3.2.
Bij vonnis d.d. 15 oktober 2024 van de kantonrechter van de Rechtbank Overijssel, locatie Almelo, is [eiser] veroordeeld om:
“(..) 5.1 veroordeelt [eiser] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan Welbions een bedrag van € 5.778,03 (aan huurachterstand tot en met oktober 2024 € 5.350,16, aan wettelijke rente tot 25 juli 2024 € 72,76 en aan buitengerechtelijke
incassokosten (inclusief BTW) € 355,11);
(…)
5.3
ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot de woning aan [adres] en veroordeelt [eiser] om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen en te verlaten met alle personen en zaken die zich vanwege hem daar bevinden en het gehuurde onder overgave van de sleutels ter beschikking van de Woningstichting te stellen, indien en zodra binnen één jaar na heden aan één van de voorwaarden wordt voldaan:

[eiser] heeft niet binnen één week na de mondelinge behandeling van 1 oktober 2024 een bedrag van € 5.125,00 betaald aan Welbions;

[eiser] betaalt niet of niet tijdig het restantbedrag van € 1.761,75 in zes achtereenvolgende maandtermijnen van € 250,00 en een laatste termijn van € 261,75, met ingang van 31 oktober 2024;

[eiser] betaalt niet of niet tijdig (uiterlijk de 1e van iedere maand) de maandelijkse huur.
5.4
veroordeelt [eiser] tot betaling van een bedrag gelijk aan de geldende huurprijs als vergoeding voor het voortgezet gebruik voor iedere maand of gedeelte daarvan dat [eiser] de woning vanaf de eventuele ontbinding in gebruik heeft tot en met de dag van ontruiming.
(…)”
Tegen dit vonnis is geen rechtsmiddel ingesteld.
3.3.
Bij exploot van 11 december 2024 is de ontruiming door Welbions aangezegd waarbij zou worden ontruimd op 4 februari 2025 om 10.00 uur. Deze ontruiming is niet doorgegaan omdat partijen afspraken hebben gemaakt, mede door tussenkomst van de Stadsbank Oost Nederland. De afspraken die [eiser] en Welbions hebben gemaakt zijn, in afwijking van de voorwaarden uit het vonnis van 15 oktober 2024, dat de overeengekomen aflossing van € 250,- per maand zou worden verlaagd naar € 75,- per maand en de eerste betaling uiterlijk 1 maart 2025 zou worden voldaan. Daarnaast diende de maandelijkse vergoeding voor voortgezet gebruik van de woning tijdig te worden voldaan. Deze afspraken zijn op 11 februari 2025 per brief aan [eiser] bevestigd.
3.4.
[eiser] heeft de maandelijkse vergoedingen voor voortgezet gebruik over september en oktober 2025 niet tijdig voldaan.
3.5.
Op 6 oktober 2025 is in verband met een andere schuld van [eiser] loonbeslag gelegd op het inkomen van [eiser].
3.6.
Bij exploot van 14 oktober 2025 is de ontruiming door Welbions aangezegd waarbij zou worden ontruimd op 29 oktober 2025 om 10.00 uur. Wederom hebben partijen afspraken gemaakt en is ontruiming niet doorgegaan. De afspraken die [eiser] en Welbions hebben gemaakt zijn dat [eiser] een aanvraag voor bewind zou indienen en dat [eiser] de maanden september 2025 en oktober 2025 zou betalen, naar de voorzieningenrechter aanneemt vóór 29 oktober 2025.
3.7.
Op 29 en 30 oktober 2025 heeft [eiser] de vergoedingen voor voortgezet gebruik over september en oktober 2025 voldaan.
3.8.
Bij exploot van 13 november 2025 is de ontruiming door Welbions aangezegd waarbij de ontruiming zal plaatsvinden op 3 december 2025 om 10.00 uur.
3.9.
Bij e-mailbericht van 21 november 2025 heeft de advocaat van [eiser] verzocht om de aangezegde ontruiming te staken.
3.10.
Bij brief van 21 november 2025 heeft Welbions aan de advocaat van [eiser] bericht dat [eiser] in gebreke is gebleven met de vergoeding voor voortgezet gebruik van november 2025 en dat Welbions om die reden de reeds aangezegde ontruiming niet wil staken.
3.11.
[eiser] heeft op 14 november 2025 een verzoek tot het instellen van beschermingsbewind ingediend.
3.12.
Op 25 en 26 november 2025 hebben de advocaten van [eiser] en Welbions per e-mail gecommuniceerd. Dit heeft niet geresulteerd in een oplossing.

4.Het geschil

De vordering
4.1.
[eiser] vordert dat de voorzieningenrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
Primair:
I. de tenuitvoerlegging en de reeds aangezegde executie van het vonnis van 15 oktober 2024 met onmiddellijke ingang schorst en Welbions met onmiddellijke ingang verbiedt (verdere) executiemaatregelen te treffen op basis van het eerdere vonnis en de daarmee samenhangende ontruiming te staken en gestaakt te houden op straffe van een dwangsom;
Subsidiair:
II. Welbions verbiedt het vonnis van 15 oktober 2024 ten uitvoer te leggen;
Primair en subsidiair:
I. Welbions veroordeelt in de proceskosten en nakosten.
4.2.
[eiser] legt aan de vordering ten grondslag dat Welbions misbruik maakt van haar bevoegdheid om nu alsnog de ontruiming op zeer korte termijn aan te zeggen. Door een ongelukkige samenloop van omstandigheden is weliswaar een kleine achterstand in de betaling van de maandelijkse vergoeding ontstaan, maar die achterstand is zo snel mogelijk weer ingelopen. Er is beschermingsbewind aangevraagd en [eiser] heeft op dit moment een vast inkomen waardoor er voor Welbions zekerheid zal bestaan dat toekomstige betalingen tijdig worden voldaan. Er is sprake geweest van overmacht. Een ontruiming grijpt diep in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming. [eiser] heeft geen netwerk waar hij per direct op kan terugvallen. Op grond van het voorgaande is [eiser] van mening dat Welbions misbruik maakt van haar bevoegdheid door het ontruimingsvonnis te executeren, hetgeen onrechtmatig is.
Het verweer
4.3.
Welbions voert verweer.
4.4.
De huurovereenkomst is bij vonnis van 15 oktober 2024 ontbonden en de ontruiming is voorwaardelijk toegewezen, namelijk als de vastgelegde afspraken niet binnen één jaar na datum vonnis zijn nagekomen. [eiser] heeft zich niet aan de afspraken gehouden. Ook nadat Welbions meermaals ontruiming heeft aangezegd, is [eiser] niet in staat gebleken de telkens opnieuw overeengekomen afspraken na te komen.

5.De beoordeling

Spoedeisend belang
5.1.
Het spoedeisend belang bij de gevorderde voorziening staat tussen partijen niet ter discussie en volgt uit de aangezegde ontruiming van de woning.
Inhoudelijk
5.2.
Vaststaat dat Welbions na het vonnis van 15 oktober 2024 meermaals de ontruiming heeft aangezegd. Vast staat ook dat partijen telkens nieuwe afspraken hebben gemaakt, mede door tussenkomst van de Stadsbank Oost Nederland. Tussen partijen is niet in geschil dat [eiser] de vergoedingen voor de maanden september, oktober en november 2025 niet tijdig geheel heeft kunnen voldoen. Alleen daardoor al heeft [eiser] zich niet aan de afspraken gehouden. Dat betekent dat Welbions in beginsel bevoegd is om het vonnis van 15 oktober 2024 ten uitvoer te leggen en het gehuurde in beginsel mag ontruimen.
5.3.
[eiser] komt op tegen deze ontruiming. In deze procedure dient te worden beoordeeld of er aanleiding is om de ontruiming tegen te houden.
Juridisch kader
5.4.
Indien een vordering in kort geding tot schorsing van de tenuitvoerlegging betrekking heeft op een uitspraak waartegen geen rechtsmiddel (meer) openstaat, is de veroordeling waarvan de tenuitvoerlegging ter discussie staat definitief (HR 20 december 2019, NJ 2020, 425 (ECLI:NL:HR:2019:2026)). In dat geval geldt de maatstaf zoals vermeld in het arrest van de Hoge Raad van 22 april 1983 ((HR 22 april 1983, NJ 1984, 145 (ECLI:NL:HR:1983:AG4575, Ritzen/Hoekstra)) onverkort, en bestaat dus slechts grond voor schorsing in geval van – kort gezegd – misbruik van bevoegdheid (artikel 3:13 BW Pro).
5.5.
In een executiegeschil kan de voorzieningenrechter de tenuitvoerlegging van een vonnis slechts schorsen, indien hij van oordeel is dat de executant geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid tot tenuitvoerlegging over te gaan. Daarbij moet ook gelet worden op de belangen van de zijde van de geëxecuteerde die door de executie zullen worden geschaad. Dat zal het geval kunnen zijn indien het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien de tenuitvoerlegging op grond van na dit vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard. Ook kunnen zich andere situaties voordoen waarin in verband met na de uitspraak voorgevallen of aan het licht gekomen feiten sprake is van misbruik van bevoegdheid overeenkomstig de in art. 3:13 BW Pro genoemde maatstaf.
5.6.
[eiser] heeft een beroep gedaan op misbruik van bevoegdheid.
Misbruik van bevoegdheid ex artikel 3:13 BW Pro?
5.7.
Artikel 3:13 lid 1 BW Pro bepaalt dat degene aan wie een bevoegdheid toekomt, haar niet kan inroepen voor zover hij haar misbruikt. Ingevolge het tweede lid van artikel 3:13 BW Pro is van misbruik in ieder geval sprake als (a) een bevoegdheid wordt uitgeoefend met geen ander doel dan een ander te schaden, (b) een bevoegdheid wordt uitgeoefend met een ander doel dan waarvoor zij is verleend, of (c) men, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening en het belang dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot die uitoefening kan komen.
5.8.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat Welbions geen misbruik maakt van haar bevoegdheid. In het vonnis van 15 oktober 2024 is de voorwaardelijke ontruiming uitgesproken indien [eiser] niet binnen één jaar na 15 oktober 2024 de in het vonnis genoemde bedragen aan Welbions heeft voldaan en/of niet of niet tijdig de maandelijkse vergoeding voor voortgezet gebruik voldoet. [eiser] heeft zich niet gehouden aan de afspraken. Weliswaar wordt de betalingsregeling van € 75,- per maand door [eiser] nagekomen, maar [eiser] heeft de lopende vergoeding voor het voortgezet gebruik (over november en december 2025) niet volledig en tijdig betaald. Ook de vergoedingen voor het voortgezet gebruik over september en oktober 2025 waren niet tijdig door [eiser] betaald. In die situatie kan niet worden gezegd dat Welbions geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij de ontruiming. Welbions heeft bijzonder veel geduld gehad en [eiser] veel kansen geboden ter voorkoming van ontruiming.
5.9.
[eiser] heeft een beroep gedaan op persoonlijke omstandigheden inhoudende dat hij ziek is geweest en geen inkomen ontving, dat in oktober 2025 loonbeslag werd gelegd, dat hij door drukte op het werk de gebruikersovereenkomst niet heeft kunnen tekenen en dat het door omstandigheden langer duurde voordat hij bewind heeft aangevraagd.
5.10.
De voorzieningenrechter oordeelt dat deze omstandigheden, niet betekenen dat Welbions niet tot ontruiming mag overgaan. [eiser] is zelf (telkens) de verplichtingen met Welbions aangegaan en heeft Welbions telkens in het ongewisse gelaten over de reden van de achterstand. De voorzieningenrechter betrekt hierbij dat ook bij de mondelinge behandeling, waar al deze omstandigheden zijn besproken, blijkt dat [eiser] telkens een afwachtende houding lijkt aan te nemen, geen contact met Welbions opneemt als er tegenslagen zijn bij de betaling(en) en het er als het ware op aan laat komen. Dit terwijl [eiser] een gewaarschuwd mens is.
5.11.
Gelet op het voorgaande maakt Welbions geen misbruik van haar bevoegdheid. Voor een verdere belangenafweging is in het kader van dit executiegeschil geen plaats. Welbions heeft een evident en rechtens te respecteren belang bij executie van het vonnis van 15 oktober 2024. De vorderingen van [eiser] worden daarom afgewezen. Dit betekent dat Welbions het vonnis van 15 oktober 2024 ten uitvoer mag leggen.
Ontruiming
5.12.
Op de mondelinge behandeling van 2 december 2025 heeft Welbions verklaard dat als de vorderingen van [eiser] worden afgewezen de ontruiming niet op 3 december 2025, maar op 10 december 2025 om 12.00 uur zal plaatsvinden.
Proceskosten
5.13.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Welbions worden begroot op:
- griffierecht
714,00
- salaris advocaat
715,00
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.607,00

6.De beslissing

De voorzieningenrechter
6.1.
wijst de vorderingen af,
6.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 1.607,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Smedes en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2025.