Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- De tekst van de artikelen 3 en 4 van (de door [verzoeker] in het geding gebrachte) kopie C wijkt af van de tekst van (de door [verzoeker] bij e-mail van 17 juni 2025 aan Novon gestuurde) kopie A;
- Ook wijkt de tekst van (de namens [verzoeker] door haar voormalig gemachtigde aan Novon gezonden) kopie B af van (de door Novon in het geding gebrachte) kopie D;
- De teksten van de artikelen 3 en 4 in kopie A en B verschillen ook onderling, zodat aangenomen moet worden dat [verzoeker] bij verschillende gelegenheden aan de hand van drie verschillende kopieën heeft geprobeerd aan te tonen dat geen proeftijdbeding is overeengekomen;
- Verder is opvallend dat de laatste pagina van kopie C voor wat betreft opmaak en tekst gelijk is aan kopie D van Novon, maar dat de andere pagina’s in afwijking van kopie D geen vetgedrukte kopjes kennen en niet een doorlopende tekst vormen met de laatste pagina;
- Ook valt op dat in kopie C, in afwijking van de stijl, de interpunctie en het grammaticaal correct Nederlands in de rest van de tekst: