In deze zaak staat centraal of een proeftijdbeding is overeengekomen tussen werknemer en werkgever in de arbeidsovereenkomst. Werknemer betwistte dit en voerde aan dat de opzegging onrechtmatig was. Diverse kopieën van de arbeidsovereenkomst werden overgelegd, waarvan de kantonrechter vaststelde dat de door de werkgever overgelegde kopie met proeftijdbeding de juiste en getekende overeenkomst is.
De kantonrechter constateerde dat verzoeker zelf wijzigingen had aangebracht in andere kopieën om het ontbreken van een proeftijd te suggereren, wat niet werd gemotiveerd of verklaard. Hierdoor werd aangenomen dat de werkgever rechtmatig binnen de proeftijd de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd.
Daarnaast oordeelde de kantonrechter dat verzoeker misbruik van procesrecht maakte door te procederen met vervalste documenten, wat aanleiding gaf tot een gedeeltelijke veroordeling in de proceskosten. De proceskosten werden begroot op € 2.108,06, waarvan verzoeker de helft van het verschil tussen het forfaitaire tarief en de volledige kosten moet betalen.
De verzoeken van verzoeker werden afgewezen en zij werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.