Deze zaak betreft een burengeschil tussen eiser 1 en eiser 2 enerzijds en gedaagde 2 en gedaagde 3 anderzijds, waarbij eiser 1 en 2 overlast ervaren door wietrook en geluidshinder. Zij vorderen een verbod voor gedaagde 2 en 3 om overlast te veroorzaken en een gebod aan gedaagde 1, de verhuurder, om maatregelen te treffen bij niet-naleving.
De voorzieningenrechter oordeelt dat enige hinder van buren geduld moet worden en dat de overlast onvoldoende aannemelijk is gemaakt als ernstig en structureel. Hoewel wietrook is geroken, is het niet bewezen dat deze altijd van gedaagde 2 en 3 afkomstig was. Ook geluidsoverlast en bezoek van wietdealers zijn niet voldoende onderbouwd.
De verhuurder heeft een blowverbod opgelegd en gedaagde 2 en 3 verklaren dit na te leven, wat niet weerlegd kan worden in deze procedure. De vorderingen worden daarom afgewezen. De rechter benadrukt het belang van onderlinge rekeninghouding en raadt buurtbemiddeling aan.
Eiser 1 en 2 worden veroordeeld in de proceskosten van gedaagde partijen. Het vonnis is gewezen door mr. E. Horsthuis en uitgesproken door mr. A. van Diggele op 16 oktober 2025.