Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsvraag
Vaststaande feiten en omstandigheden
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De schade van benadeelde
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
15 (vijftien) maanden;
5 (vijf) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van 2 (twee) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
[slachtoffer](feiten 1, 2 en 3) van een bedrag van
€ 3.025,00, bestaande uit € 25,00 materiële schade en € 3.000,00 immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 oktober 2021;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten 1, 2 en 3 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 3.025,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 oktober 2021 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van
40 dagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;