ECLI:NL:RBOVE:2025:5747
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Subsidievaststelling en terugvordering wegens niet aangetoonde COVID-19 zorgbonusactiviteiten
CZorg Oost heeft een subsidie ontvangen op grond van de Subsidieregeling Bonus Zorgprofessionals COVID-19 voor het uitkeren van bonussen aan zorgprofessionals. Na een steekproef stelde de minister vast dat CZorg Oost niet voldeed aan de subsidievoorwaarden omdat de activiteiten niet waren verricht en legde een terugvordering op van €15.850,-.
CZorg Oost voerde aan dat zij met salarisspecificaties, facturen en bankafschriften had aangetoond dat de bonussen waren uitgekeerd. De rechtbank oordeelde echter dat de aangeleverde stukken onvoldoende waren om vast te stellen dat de zorgprofessionals in de referteperiode werkzaam waren en de bonussen daadwerkelijk hadden ontvangen. Originele bankafschriften ontbraken, en de administratie was niet eenduidig.
De rechtbank stelde vast dat de minister bevoegd was tot het uitvoeren van de steekproef en het terugvorderen van de subsidie. Het beroep van CZorg Oost werd ongegrond verklaard omdat zij niet voldeed aan de verantwoordingsverplichtingen en de minister het evenredigheidsbeginsel in acht had genomen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een vergoeding van proceskosten af. De uitspraak bevestigt het belang van een zorgvuldige besteding van publieke middelen en de noodzaak van een ordentelijke administratie bij subsidieverlening.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de terugvordering van €15.850,- wegens onvoldoende bewijs van gesubsidieerde activiteiten.