Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
meter hout (Boletri en/of Djindja en/of Walaba) en/of
meter hout (Ipé) en/of
de juiste informatie met betrekking tot:
en/of,
in overeenstemming met de toepasselijke wetgeving zijn,
waar het hout gekapt is en/of;
heeft/hebben hij, verdachte, en/of diens mededader(s), onvoldoende,;
3.De voorvragen
consignee” (geadresseerde). [naam 2] heeft verklaard dat met betrekking tot de import van hout het bedrijf [bedrijf 7] B.V. de douaneaangiften en het inklaren van deze goederen voor verdachte verzorgde. [15] Verdachte heeft vervolgens het geïmporteerde hout verkocht aan de bedrijven [bedrijf 5] GmbH en [bedrijf 6]. Aangezien verdachte het hout heeft geïmporteerd ten behoeve van de verkoop, heeft zij het hout dan ook op de markt gebracht in de zin van de Houtverordening en moet daarom worden aangemerkt als marktdeelnemer.
- de oogst, zoals een kapvergunning, concessiedocumenten, inventarisatiedocumenten en documenten met lognummers;
- de verkoop van de stammen aan een zagerij of handelaar;
- het transport van de stammen vanuit de locatie waar deze zijn gekapt naar een zagerij of tussenhandelaar;
- de zagerij, zoals welke zagerij het betreft, registratie van inkomende stammen met lognummers, het zaagverlies en het hout dat de zagerij heeft verlaten;
- het transport van de stammen van de zagerij naar de haven.
chain of custodyin Suriname verloopt, maar deze mondelinge uitleg wordt nergens door bescheiden onderbouwd. De raadsman heeft betoogd dat een schriftelijkheidsvereiste niet is opgenomen in de Houtverordening. Het laat zich echter moeilijk voorstellen hoe de vereiste toegang tot informatie anders dan door middel van documentatie kan worden geboden. In deze zaak is daarvan ook geenszins gebleken. Ondanks de mededeling ter terechtzitting dat de informatie wel beschikbaar zou zijn, is deze op geen enkel moment ter beschikking gesteld. De rechtbank acht bewezen dat verdachte niet heeft voldaan aan de vereisten uit artikelen 6, eerste lid onder a Houtverordening.
- de verzekering van de naleving van de geldende wetgeving, die certificering kan omvatten of andere door derde partijen gecontroleerde regelingen die de naleving van geldende wetgeving betreffen;
- prevalentie van illegale kap van specifieke boomsoorten;
- prevalentie van illegale kap of praktijken in het land en/of het subnationale gebied waar het hout gekapt is, inclusief de inachtneming van de prevalentie van gewapende conflicten;
- sancties op de in- of uitvoer van hout, opgelegd door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties of de Raad van Europa;
- de complexiteit van de toeleveringsketen van hout en houtproducten.
- het gaat om een handelen of nalaten van iemand die hetzij uit hoofde van een dienstbetrekking hetzij uit anderen hoofde werkzaam is ten behoeve van de rechtspersoon;
- de gedraging past in de normale bedrijfsvoering of taakuitoefening van de rechtspersoon;
- de gedraging is de rechtspersoon dienstig geweest in het door hem uitgeoefende bedrijf of in diens taakuitoefening;
- de rechtspersoon vermocht erover te beschikken of de gedraging al dan niet zou plaatsvinden en zodanig of vergelijkbaar werd blijkens de feitelijke gang van zaken door de rechtspersoon aanvaard of placht te worden aanvaard. Onder aanvaarden is mede begrepen het niet betrachten van de zorg die in redelijkheid van de rechtspersoon kan worden gevergd met het oog op de voorkoming van de gedraging.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 4.8 van de Wet natuurbescherming, opzettelijk begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 4.8 van de Wet natuurbescherming, opzettelijk begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd.
een geldboete van € 50.000,00 (zegge: vijftigduizend euro);
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;