ECLI:NL:RBOVE:2025:5413
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering herleving Wajong-uitkering na intrekking per 2016
Eiser, geboren met een manisch-depressieve stoornis, kreeg vanaf 2002 een Wajong-uitkering die in 2019 met terugwerkende kracht per 1 januari 2016 werd ingetrokken vanwege zijn zelfstandige werkzaamheden sinds 2010. Hij verzocht in 2024 om herbeoordeling en herleving van de uitkering, maar het UWV weigerde dit omdat volgens de oude regeling herleving alleen binnen vijf jaar na intrekking mogelijk is en eiser niet binnen die termijn arbeidsongeschikt was geworden.
Eiser stelde dat de nieuwe regels vanaf 2021, die versoepeling bieden en geen vijfjaarstermijn kennen, op hem van toepassing moesten zijn. Hij voerde aan dat hij niet tijdig was geïnformeerd, dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld, en dat hij geen vangnet of verzekering heeft, wat leidt tot ernstige financiële en gezondheidsproblemen.
De rechtbank oordeelde dat de overgangsbepaling van artikel 8:10d Wajong van toepassing is en dat de oude regels gelden omdat de uitkering voor 1 januari 2016 is beëindigd. De rechtbank vond geen bijzondere omstandigheden die toepassing van deze overgangsbepaling in strijd met algemene rechtsbeginselen maken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het UWV-besluit wordt ongegrond verklaard en de Wajong-uitkering kan niet herleven.