ECLI:NL:RBOVE:2025:5271

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
22 augustus 2025
Publicatiedatum
22 augustus 2025
Zaaknummer
ak_25_583
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opschorting en intrekking van bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet wegens niet-gemelde bankrekeningen en crypto-accounts

Deze uitspraak betreft de opschorting en intrekking van de bijstandsuitkering van eiseres op basis van de Participatiewet (PW). Eiseres is het niet eens met de beslissing van het college van burgemeester en wethouders van Zwolle, dat haar uitkering heeft opgeschort en ingetrokken omdat zij niet alle gevraagde gegevens heeft verstrekt. De rechtbank beoordeelt de rechtmatigheid van het besluit van 18 december 2024, waarbij het college bij de intrekking van de uitkering is gebleven. De rechtbank komt tot de conclusie dat het college terecht heeft gehandeld. Eiseres had recht op bijstand, maar door een geautomatiseerde bestandsvergelijking met het Inlichtingenbureau werd duidelijk dat zij bankrekeningen had die niet waren gemeld. Het college heeft eiseres herhaaldelijk verzocht om aanvullende informatie, waaronder bankafschriften en gegevens over een bitvavo-account. Eiseres heeft echter niet volledig voldaan aan deze verzoeken, wat heeft geleid tot de opschorting en intrekking van haar uitkering. De rechtbank oordeelt dat het college op goede gronden heeft gehandeld en dat er geen schending van privacy heeft plaatsgevonden, aangezien de gegevens op naam van eiseres staan. De rechtbank verklaart het beroep van eiseres ongegrond, waardoor het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt geen griffierecht terug en ook geen vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/583

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres

(mr. G.K. Kaste)
en

het college van burgemeester en wethouders van Zwolle, het college

(gemachtigde: mr. M. Beulakker).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de opschorting en intrekking van de uitkering van eiseres op grond van de Participatiewet (PW). Eiseres is het daar niet eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van het bestreden besluit van 18 december 2024.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de uitkering van eiseres terecht heeft opgeschort en ingetrokken. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is daarom ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2.
Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 staan de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het bestreden besluit. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 4. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

Procesverloop en tot stand komen van het bestreden besluit

2. Bij primair besluit (I) van 27 augustus 2024 is het recht op bijstand van eiseres vanaf 27 augustus 2024 opgeschort, omdat zij niet alle gegevens heeft verstrekt waar bij brief van 25 juli 2024 door het college om is gevraagd.
2.1
Bij primair besluit (II) van 17 september 2024 heeft het college het recht op bijstand vanaf 27 augustus 2024 ingetrokken op grond van artikel 54, vierde lid, van de PW.
Met het bestreden besluit van 18 december 2024 op de bezwaren van eiseres is het college bij dat besluit gebleven.
2.2
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3
De rechtbank heeft het beroep op 28 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college.
Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiseres had met ingang van 16 februari 2023 recht op een PW-uitkering.
Door geautomatiseerde bestandsvergelijking tussen het college en het Inlichtingenbureau van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is er een signaal ontvangen over een vermogen, dat boven het vrij te laten vermogen uit komt. Ook is er sprake van bankrekeningen die niet door eiseres zijn gemeld ten tijde van haar aanvraag. Naar aanleiding daarvan heeft het college een onderzoek opgestart naar de rechtmatigheid van de bijstandsuitkering.
Bij brief van 6 juli 2024 is eiseres verzocht aanvullende informatie te verstrekken. Het college heeft eiseres gewezen op een vijftal bankrekeningen en saldi over 2023. Haar totale vermogen over 2023 bedraagt € 13.911,--. Om het verdere recht op bijstand vast te kunnen stellen heeft het college om aanvullende gegevens verzocht.
Indien eiseres het vermogen heeft gespaard van haar uitkering, dan kon zij dit aantonen doormiddel van bankafschriften en dit schriftelijk toelichten. Indien zij bedragen heeft ontvangen via bijvoorbeeld een erfenis dan diende zij hiervan bewijsstukken in te leveren. Ten slotte werd zij verzocht openingsbewijzen van een drietal rekeningen en de afschriften vanaf datum opening tot heden te overleggen.
Bij emailbericht van 16 juli 2024 heeft eiseres een deel van de gevraagde bankafschriften overgelegd.
Bij brief van 25 juli 2024 heeft het college eiseres bericht dat zij meer informatie dient te verstrekken omdat anders het recht op bijstand niet is vast te stellen.
Het college heeft eiseres verzocht het volgende te verstrekken:
Afschriften van al haar bankrekeningen over de periode van 1 januari 2023 tot en met heden.
Per bankrekening moet er een overzicht ingeleverd worden in Pdf formaat.
Per bankrekening moet voorts het volgende te zien zijn:
a. de tenaamstelling;
b. het saldo;
c. de bij- en afschrijvingen;
d. de datum en periode.
Eiseres heeft telefonisch medegedeeld dat zij niet over deze gegevens beschikt. Uit reeds verstrekte afschriften blijkt dat eiseres wel de rekeninghouder is van de betreffende bankrekeningen. Ook is op de bankafschriften te zien dat eiseres een bitvavo account heeft. Daarom heeft het college ook inzage verzocht in het betreffende bitvavo account vanaf 1 januari 2023.
Eiseres heeft de verzochte gegevens niet verstrekt. Daarom heeft het college bij primair besluit I het recht op bijstand opgeschort. Eiseres kreeg opnieuw de gelegenheid om de verzochte informatie te verstrekken, uiterlijk 5 september 2024. Bij brief van 3 september 2024 heeft het college de termijn verlengd tot 12 september 2024 in verband met een vakantie van eiseres.
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de opschorting.
Bij primair besluit II heeft het college de uitkering van eiseres ingetrokken met ingang van 27 augustus 2024 omdat eiseres niet voor 12 september 2024 de vereiste informatie heeft verstrekt.
Het college stelt dat eiseres zich niet aan de inlichtingenplicht heeft gehouden. Het college heeft verzocht om bankafschriften in te leveren van bankrekeningen die niet bekend waren bij het college. Eiseres is verzocht om uitleg te geven over haar vermogen. Eiseres heeft die informatie niet volledig verstrekt. Het recht op bijstand is daarom niet langer vast te stellen.
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de intrekking en heeft in dat kader aanvullende gegevens verstrekt.
Er heeft een hoorzitting plaatsgevonden op 3 december 2024.
In het bestreden besluit heeft het college de bezwaren van eiseres ongegrond verklaard en zich op het standpunt gesteld dat eiseres de beschikking had of had kunnen krijgen over de verzochte gegevens en dat zij dit ten onrechte heeft nagelaten. De verzochte gegevens zijn van belang voor het beoordelen van het recht op bijstand.

Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank beoordeelt de rechtmatigheid van de opschorting en intrekking van de bijstandsuitkering van eiseres. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden.
Beroepsgronden
5. Eiseres stelt dat omdat haar vermogen over 2023 duidelijk was, het college het recht op bijstand kon vaststellen en daarnaast haar (hooguit) had kunnen worden tegengeworpen dat ze op dat vermogen moest interen. Er was onvoldoende grondslag voor opschorting en nader onderzoek door het college.
Eiseres stelt voorts dat het college onvoldoende heeft onderzocht of zij daadwerkelijk toegang heeft tot alle bankrekeningen en afschriften en daarnaast van de gegevens van het bitvavo crypto-account. Het enkele feit dat de bankrekeningen op haar naam staan is daartoe onvoldoende. De stelling van de gemeente dat de bank heeft verklaard dat bankafschriften tot vijf jaar terug opgevraagd kunnen worden betekent niet dat eiseres hier dus ook feitelijk toegang toe had, financieel, administratief en/of praktisch gezien. Het college had dit moeten onderzoeken.
Eiseres bestrijdt voorts dat het bitvavo account van haar is en door haar is gebruikt. Dat haar persoonsgegevens zijn gebruikt voor het aanmaken van het account is onvoldoende. Er is mogelijk misbruik gemaakt van haar persoonsgegevens. Het college had dit nader moeten onderzoeken.
Het college had, gelet op de stellige ontkenning van eiseres en de complexiteit van de situatie, meer onderzoek moeten doen naar de daadwerkelijke toegang van eiseres tot de bankrekeningen en het bitvavo-account. Er heeft een onjuiste bewijslastverdeling plaatsgevonden. Het college had zelf onderzoek moeten doen naar de bestemming van de gelden.
Eiseres heeft de inlichtingenplicht niet geschonden, zij was immers feitelijk niet in staat om de stukken te overleggen. Daardoor is er geen sprake van opzet of grove nalatigheid waardoor een mildere sanctie of nader onderzoek passender zou zijn geweest. Het enkele feit dat geen stukken zijn overlegd maakt nog niet dat de inlichtingenplicht is geschonden.Door de informatie op te vragen van de bankrekeningen die weliswaar op naam van eiseres stonden, maar in de praktijk in gebruik waren bij haar volwassen kinderen, is een disproportionele inbreuk gemaakt op het recht op privacy van haar kinderen. Zij had ook geen bemoeienis meer met de bankrekeningen; ze werden uitsluitend gebruikt door haar volwassen kinderen. Ze kon daardoor ook niet over de middelen op de rekeningen beschikken. De tenaamstelling is niet relevant, maar de mogelijkheid om over de middelen te beschikken.
Beoordeling6. Op grond van artikel 54, eerste lid, van de PW kan het college, indien de belanghebbende de voor de verlening van bijstand van belang zijnde gegevens of de gevorderde bewijsstukken niet, niet tijdig of onvolledig heeft verstrekt en hem dit te verwijten valt, dan wel indien de belanghebbende anderszins onvoldoende medewerking verleent, het recht op bijstand voor de duur van ten hoogste acht weken opschorten. Bij de beantwoording van de vraag of de bijstandverlenende instantie op grond van artikel 54, vierde lid, van de PW bevoegd is tot intrekking van de aan een betrokkene verleende bijstand, staat ter beoordeling of de betrokkene het bij het opschortingsbesluit vastgestelde verzuim binnen de daartoe gestelde termijn heeft hersteld. In dit geval dient daartoe te worden beoordeeld of appellant binnen die termijn de gevraagde gegevens heeft verstrekt. Indien dat niet het geval is, dient vervolgens te worden nagegaan of de betrokkene hiervan een verwijt kan worden gemaakt. Die verwijtbaarheid kan bijvoorbeeld ontbreken indien de gevraagde gegevens niet van belang zijn voor de verlening van bijstand of indien appellant niet binnen de gestelde hersteltermijn redelijkerwijs over de gevraagde gegevens heeft kunnen beschikken. [1]
7. De rechtbank is van oordeel dat het college terecht de bijstandsuitkering van eiseres heeft opgeschort en ingetrokken. De stelling van eiseres dat haar vermogen duidelijk was en dat er daarom niet opgeschort had hoeven worden kan niet worden gevolgd. Uit de bestandsvergelijking tussen het college en het Inlichtingenbureau van het Ministerie van Sociale Zaken en werkgelegenheid was immers gebleken dat eiseres bankrekeningen had, die niet bij het college bekend waren. Op dat moment kon daarom niet het vermogen vastgesteld worden, zoals door eiseres betoogd. Er was nader onderzoek nodig om het recht op bijstand te kunnen vaststellen. Bij brief van 6 juli 2024 is eiseres verzocht aanvullende informatie te verstrekken. Bij emailbericht van 16 juli 2024 heeft eiseres een deel van de bankafschriften overgelegd van drie bankrekeningen. Bij brief van 25 juli 2024 heeft het college eiseres bericht dat zij meer informatie diende te verstrekken omdat anders het recht op bijstand niet is vast te stellen. Het college heeft eiseres verzocht afschriften van al haar bankrekeningen over de periode van 1 januari 2023 tot en met heden te verstrekken.
8. Uit het onderzoek van het college is aldus gebleken dat eiseres meerdere bankrekeningen niet bij het college had gemeld. Daar komt bij dat op de verschillende bankrekeningen hoge bedragen te zien zijn en daaruit blijkt dat er geldstromen naar een bitvavo account gaan. Reeds hieruit blijkt dat de door het college gevraagde gegevens noodzakelijk waren om het recht op bijstand vast te kunnen stellen, nu de betreffende informatie van invloed zou kunnen zijn op het recht op bijstand. Het betoog van eiseres dat het college teveel informatie heeft opgevraagd wordt daarom niet gevolgd. Het college heeft deze informatie immers nodig om het recht op bijstand te kunnen vaststellen.
Eiseres heeft gesteld dat zij geen toegang heeft tot de bankrekeningen omdat deze door haar kinderen worden gebruikt. De rechtbank volgt eiseres niet in deze stelling. De bankrekeningen stonden op haar naam, dit veronderstelt dat zij ook toegang had tot deze rekeningen. Dat dit niet het geval is heeft ze niet onderbouwd.
Het betoog van eiseres dat de vragen van het college een schending van privacy opleveren ten aanzien van haar kinderen volgt de rechtbank evenmin. Het college mag immers inlichtingen opvragen omtrent rekeningen en gegevens die op naam van eiseres staan. Op grond van artikel 6, eerste lid, sub c van de algemene verordening gegevensbescherming is de verwerking in dit geval noodzakelijk om te voldoen aan een wettelijke verplichting (de inlichtingenplicht) die op de verwerkingsverantwoordelijke (eiseres in dit geval) rust, waardoor er een grondslag is voor verstrekking van de gegevens door eiseres. [2]
De stellingen van eiseres dat het bitvavo-account niet van haar is wordt ten slotte ook niet gevolgd. Voor het aanmaken van een dergelijke account zijn onder andere email- en telefoongegevens nodig. Dit maakt het op voorhand aannemelijk dat het bitvanavo-account aan haar toebehoort. Eiseres heeft alleen gesteld dat het account door een derde is aangevraagd en aan een ander toebehoort. Zij heeft dit op geen enkele wijze onderbouwd of aannemelijk gemaakt, terwijl zij verder niet heeft betwist dat het account op haar naam en e-mailadres staat geregistreerd. Gelet daarop had van haar verwacht mogen worden dat zij de gegevens aan het college verstrekte.
9. Uit het voorgaande volgt dat het college op goede gronden het recht op bijstand van eiseres heeft opgeschort en ingetrokken.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.J. Thurlings-Rassa, rechter, in aanwezigheid van
mr. E.G.M. ten Kate, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Bijvoorbeeld CRvB 30 maart 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:800.
2.Verordening (EU) 2016/679 van het Europees parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).