Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 10 juli 2025, waarbij de heer [naam 1] aan de zijde van [gedaagde] is verschenen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van de mondelinge behandeling.
Rechtbank Overijssel
Eiser en gedaagde zijn gescheiden en hebben een gezamenlijke woning waar gedaagde met de drie minderjarige kinderen woont. Eiser heeft eerder een machtiging gekregen om de woning te verkopen, maar gedaagde werkt niet mee aan bezichtigingen en verkoop.
Eiser vordert ontruiming van de woning omdat gedaagde elk voorstel voor bezichtigingen afwijst. Gedaagde stelt dat het belang van hem en de kinderen om in de woning te blijven wonen zwaarder weegt dan het belang van eiser om haar deel van de overwaarde te verkrijgen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat eiser een spoedeisend belang heeft en dat het belang van eiser om de woning te verkopen zwaarder weegt dan het woonbelang van gedaagde en de kinderen. Gedaagde krijgt drie maanden de tijd om de woning te ontruimen. De gevorderde dwangsom en machtiging voor sterke arm worden afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Gedaagde moet binnen drie maanden de gezamenlijke woning ontruimen omdat het belang van eiser om te verkopen zwaarder weegt dan het woonbelang van gedaagde en de kinderen.