De rechtbank Overijssel behandelde het beroep van omwonenden tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Hengelo om een tijdelijke omgevingsvergunning te verlenen aan Rail Pleasure Holding B.V. voor de bouw van twee spoorperrons en een draaiplateau, en het gebruik van gronden voor spoorfietsen op een oude spoorlijn nabij het buurtschap.
De vergunning werd verleend ondanks dat de bouw en het gebruik deels in strijd zijn met het bestemmingsplan, omdat het gebruik en de bouw passen binnen de bestemming 'Verkeer – Railverkeer' en de afwijking voor het perron op agrarische grond als tijdelijke afwijking is toegestaan onder de kruimelgevallenregeling. De rechtbank oordeelde dat het perron en het gebruik ervan ruimtelijk beperkt zijn, geen onevenredige nadelige gevolgen veroorzaken en dat het recreatieve spoorfietsen binnen de bestemming past.
De rechtbank verwierp de argumenten van eisers dat de perrons en het gebruik niet binnen de planregels passen en dat het gebruik strijdig zou zijn met een goede ruimtelijke ordening. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. Eisers kregen geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
De uitspraak werd gedaan door rechter A. Oosterveld en griffier J.M. van Westerlaak op 23 januari 2025 in Zwolle.