Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2025:343

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
22 januari 2025
Publicatiedatum
23 januari 2025
Zaaknummer
C/08/326660 / KG RK 24/529
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
artikel 5 lid 2 onder a wrakingsprotocol rechtbank Overijssel
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wraking rechter wegens beslissing geen mondelinge behandeling

Op 23 december 2024 heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die belast was met de behandeling van zijn zaak. Verzoeker stelde dat de rechter partijdig was, onder meer omdat hij zich verplicht zag zijn naam en handtekening onder stukken te zetten, terwijl de gemachtigde van de tegenpartij dat niet hoefde. Tevens betwijfelde hij de beslissing van de rechter om geen mondelinge behandeling te laten plaatsvinden.

De wrakingskamer oordeelde dat de indruk van partijdigheid objectief moet zijn en dat de rechter vanwege haar functie wordt vermoed onpartijdig te zijn. Omdat er nog geen inhoudelijke beoordeling had plaatsgevonden en geen vonnis was gewezen, kon er geen sprake zijn van partijdigheid of de indruk daarvan.

De beslissing om geen mondelinge behandeling te laten plaatsvinden is een procesbeslissing en vormt geen grond voor wraking, ook niet als de motivering daarvan als onjuist of summier wordt ervaren. De motivering van de rechter, dat de procedure klaar was voor vonnis omdat beide partijen stukken hadden ingediend, wekte geen indruk van vooringenomenheid.

Het wrakingsverzoek bevatte geen feiten die op vooringenomenheid wezen. De wrakingskamer verklaarde het verzoek dan ook kennelijk ongegrond. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK OVERIJSSEL

Wrakingskamer
Zittingsplaats Almelo
zaaknummer: C/08/326660 / KG RK 24/529
Beslissing van 22 januari 2025
in de zaak van
[verzoeker],
hierna te noemen: [verzoeker],
wonende te [woonplaats],
verzoeker tot wraking.

1.De procedure

1.1.
Op 23 december 2024 heeft verzoeker het verzoek tot wraking gedaan van
mr. A.M.S. Kuipers (hierna: de rechter), rechter in deze rechtbank en in die hoedanigheid belast met de behandeling van de zaak die is geregistreerd onder 11193613 CV EXPL 24-2265.

2.De beoordeling

2.1.
De wrakingskamer zal het wrakingsverzoek van verzoeker kennelijk ongegrond verklaren en overweegt hierover als volgt.
2.2.
De wrakingskamer moet de vraag beantwoorden of de rechter partijdig is of dat zij die indruk bij verzoeker heeft gewekt. Die indruk gaat niet alleen maar over het persoonlijke gevoel van verzoeker, maar moet ‘geobjectiveerd’ zijn. Dat wil zeggen dat een willekeurige andere persoon in de plaats van verzoeker op grond van bepaalde feiten en omstandigheden óók moet hebben gedacht dat de rechter partijdig is. Het uitgangspunt is dat de rechter vanwege haar aanstelling als rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn. Dat kan anders zijn als sprake is van een uitzonderlijke omstandigheid, waaruit kan worden afgeleid dat zij vooringenomen is.
2.3.
[verzoeker] stelt zich op het standpunt dat hij ongelijk wordt behandeld, omdat hij zich bekend moet maken door zijn naam en handtekening onderaan de schriftelijke stukken te zetten en de gemachtigde van de tegenpartij volgens hem niet. De wrakingskamer is van oordeel dat de stelling van [verzoeker] niet opgaat, omdat uit het dossier volgt dat de rechter nog niet heeft geoordeeld over het standpunt van [verzoeker]. Er heeft geen mondelinge behandeling plaatsgevonden en de rechter heeft ook nog geen vonnis gewezen. Om die reden kan er geen sprake zijn van partijdigheid of de indruk hiervan.
2.4.
Ten aanzien van het standpunt van [verzoeker] dat de beslissing van de rechter om geen mondelinge behandeling te laten plaatsvinden vraagtekens bij hem oproept, overweegt de wrakingskamer als volgt.
2.5.
De beslissing om geen mondelinge behandeling te laten plaatsvinden is een procesbeslissing. Een rechterlijke procesbeslissing is geen grond voor wraking. [1] Dit geldt in het algemeen ook voor de motivering van die procesbeslissing als grond voor wraking, ook als die motivering wordt gezien als onjuist, onbegrijpelijk, gebrekkig of te summier. Dit kan alleen anders zijn als die motivering in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten (bijvoorbeeld door de bewoordingen in de motivering) niet anders kan worden begrepen dan als een uiting van vooringenomenheid. De wrakingskamer is van oordeel dat hiervan geen sprake is. Uit de brief van 9 december 2024 volgt dat de rechter geen mondelinge behandeling laat plaatsvinden, omdat beide partijen over en weer stukken hebben ingediend en de procedure daardoor klaar is voor het wijzen van vonnis. Uit deze motivering kan niet worden opgemaakt dat sprake is van partijdigheid of vooringenomenheid van de rechter.
2.6.
Het wrakingsverzoek bevat verder ook geen feiten of omstandigheden die erop wijzen dat de rechter vooringenomen is.
2.7.
Een mondelinge behandeling blijft achterwege, omdat sprake is van een kennelijk ongegrond wrakingsverzoek zoals genoemd in artikel 5 lid 2 onder Pro a van het
wrakingsprotocol van de rechtbank Overijssel.

3.De beslissing

De wrakingskamer
3.1.
verklaart het verzoek kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door de mrs. U. van Houten, B.W.M. Hendriks, J.N. Bartels, in tegenwoordigheid van de griffier, en in openbaar uitgesproken op 22 januari 2025.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Hoge Raad 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1413.