Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[partij A1] ,
[partij A2],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
In deze civiele procedure tussen twee partijen over een huurovereenkomst heeft de kantonrechter geoordeeld over de terugbetaling van een borgsom en een huurkorting. De kantonrechter bevestigde dat de borgsom van €1.000 door de eiser was betaald, omdat de gedaagde geen tegenbewijs leverde. De vordering tot terugbetaling van de borgsom werd daarom toegewezen met wettelijke rente vanaf 19 september 2024.
Daarnaast werd in reconventie de eiser hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €18.000 aan huurkorting aan de gedaagde. Dit bedrag werd toegewezen omdat er geen aanleiding was om af te wijken van het eerdere tussenvonnis. De proceskosten in conventie werden gecompenseerd, zodat elke partij haar eigen kosten draagt, terwijl in reconventie de eiser de proceskosten en nakosten van de gedaagde moet vergoeden.
De kantonrechter wees bewijslevering af over de materiaalkosten omdat de eiser geen feiten aanvoerde die een andere uitleg van de overeenkomst konden ondersteunen. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2025.
Uitkomst: Terugbetaling van borgsom van €1.000 met rente en hoofdelijk betaling van €18.000 huurkorting toegewezen.