Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
Stichting Buurtzorg Nederland, uit Almelo, (ex-)werkgever, eiseres,
[derde belanghebbende]uit [woonplaats], ((ex-)werkneemster).
Rechtbank Overijssel
De zaak betreft een beroep van Stichting Buurtzorg Nederland tegen een besluit van het UWV dat een loongerelateerde WGA-uitkering toekende aan een (ex-)werkneemster met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%.
De rechtbank oordeelde in een tussenuitspraak dat het UWV het besluit niet deugdelijk had gemotiveerd, met name vanwege onduidelijkheid over de toepassing van het beoordelingskader en onvoldoende onderbouwing van de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid bij post-COVID-syndroom. Het UWV kreeg opdracht het gebrek te herstellen.
Het aanvullende rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep bood geen nieuwe of concrete motivering, waardoor het gebrek niet werd hersteld. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het eerdere besluit, kent een IVA-uitkering toe met ingang van 1 augustus 2023 en veroordeelt het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak bevestigt het belang van een concrete en deugdelijke motivering bij de beoordeling van duurzame arbeidsongeschiktheid, zeker bij nieuwe ziektebeelden zoals post-COVID.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van het UWV wordt vernietigd en een IVA-uitkering wordt toegekend met ingang van 1 augustus 2023.