Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsmotivering
- met een ijzeren staaf, meermalen tegen het hoofd en het lichaam heeft geslagen en
- met de vuisten meermalen tegen het hoofd en het lichaam heeft geslagen en
- op die [slachtoffer 1] heeft gezeten en die [slachtoffer 1] op de grond heeft gehouden en
- die [slachtoffer 1] heeft gewurgd door met een ijzeren staaf de keel van die [slachtoffer 1] dicht te drukken en dicht te houden en
- de keel van de [slachtoffer 1] heeft dichtgeknepen en dichtgeknepen heeft gehouden en hierbij de woorden heeft toegevoegd “Ik maak je dood, ik maak je af”, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van verdachte
- het Pro Justitia-rapport van 19 september 2023, opgesteld door C.J.F. Kemperman, psychiater (hierna; de psychiater);
- het Pro Justitia-rapport van 30 november 2023, opgesteld door M. Krops,
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De schade van benadeelden
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
poging tot doodslag
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;
mishandeling;
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) jaren;
ter beschikking wordt gestelden stelt daarbij de volgende
voorwaarden:
dadelijk uitvoerbaarzijn;
maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperkingals bedoeld in artikel 38z Sr;
wijstde vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]
aftot een bedrag van € 711,00;
wijstde vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]
toetot een bedrag van € 85.377,61 (bestaande uit € 80.377,61 materiële schade en € 5.000,00 immateriële schade);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit (onder parketnummer 08-132503-23 feit 1 primair) tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 85.377,61, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 mei 2023 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 339 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
wijstde vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]
toetot een bedrag van
€ 1.668,00(bestaande uit € 168,00 materiële schade en € 1.500,00 immateriële schade);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten (onder parketnummer 08-132503-23 feit 2 en onder parketnummer 08-274137-23) tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.668,00, (zegge: duizend zeshonderdachtenzestig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 mei 2023 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 26 (zesentwintig) dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;