ECLI:NL:RBOVE:2024:694
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering wapenverlof wegens vrees voor misbruik op basis van TCI-informatie
Eiser, lid van een schietvereniging, verzocht om een wapenverlof om een eigen wapen te bezitten. De korpschef weigerde dit op grond van artikel 7 Wwm Pro en de Circulaire wapens en munitie 2019, vanwege vrees voor misbruik gebaseerd op een proces-verbaal van het Team Criminele Inlichtingen (TCI) uit maart 2020. Hierin werd aangegeven dat eiser mogelijk betrokken is bij cocaïnehandel, waarbij de betrouwbaarheid van de informant door het TCI werd bevestigd.
Eiser voerde aan dat het besluit onterecht was omdat het was gebaseerd op een anonieme bron en dat hij geen eerlijk proces had gekregen. Ook stelde hij dat er geen strafrechtelijk onderzoek was gestart en dat zijn naam niet gezuiverd was. De rechtbank oordeelde dat geringe twijfel over de betrouwbaarheid van eiser voldoende is voor weigering van een wapenverlof en dat het TCI-proces-verbaal met voldoende waarborgen is opgesteld. De onjuiste initialen in het besluit deden hieraan niet af.
De rechtbank benadrukte dat het bestuursrechtelijke besluit losstaat van strafrechtelijke procedures en dat een strafrechtelijk vonnis niet vereist is voor weigering. De persoonlijke belangen van eiser wogen niet op tegen het algemene veiligheidsbelang. De rechtbank concludeerde dat de minister bevoegd was het wapenverlof te weigeren en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van het wapenverlof wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.