ECLI:NL:RBOVE:2024:5566
Rechtbank Overijssel
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens herstelde elektriciteitsvoorziening in gehuurde woning
In deze kortgedingprocedure heeft de kantonrechter bij tussenvonnis van 15 oktober 2024 bepaald dat partijen eerst moesten onderzoeken waarom de eiser geen stroom had in zijn woning. De gemachtigde van eiser heeft vervolgens gemeld dat de elektriciteit volledig is hersteld en dat eiser toegang tot de meterkast heeft gekregen. De kantonrechter oordeelt dat nu de elektriciteit weer functioneert, de vordering van eiser moet worden afgewezen.
De kantonrechter ziet geen reden om gedaagde te veroordelen tot het op straffe van een dwangsom aangesloten houden van de elektriciteit, omdat deze verplichting reeds voortvloeit uit de huurovereenkomst. Bovendien heeft eiser niet aannemelijk gemaakt wat de oorzaak was van het eerdere stroomuitval en betwist gedaagde betrokkenheid. Ten aanzien van de vordering tot aansluiting van internet is reeds bij tussenvonnis geoordeeld dat deze wordt afgewezen.
De kosten van de procedure worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is op 24 oktober 2024 gewezen door de voorzieningenrechter J.M. Marsman en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vordering wordt afgewezen omdat de elektriciteit in het gehuurde is hersteld en eiser geen oorzaak aannemelijk heeft gemaakt.