ECLI:NL:RBOVE:2024:4753
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroepen niet-ontvankelijk wegens opschorting beslistermijn na weigering gemachtigde en gebrek aan ingebrekestelling
Eiseres had beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van het UWV op haar aanvragen voor een Ziektewet- en WIA-uitkering. Deze aanvragen waren ingediend door haar gemachtigde, die door het UWV was geweigerd. De rechtbank oordeelde dat de weigering van de gemachtigde alleen jegens hem werkt en niet jegens eiseres zelf.
Het UWV had eiseres meerdere malen schriftelijk geïnformeerd over de weigering van haar gemachtigde en haar uitgenodigd voor gesprekken om de aanvragen zelf of met een andere gemachtigde voort te zetten, maar eiseres verscheen niet en maakte ook geen gebruik van beeldbellen. Hierdoor is eventuele vertraging in de besluitvorming aan eiseres toe te rekenen, waardoor de beslistermijn op grond van artikel 4:15 Awb Pro is opgeschort.
De rechtbank stelde vast dat de ingebrekestelling voor de Ziektewet-aanvraag te vroeg was en dat voor de WIA-aanvraag geen ingebrekestelling was ingediend. Hierdoor zijn de beroepen niet-ontvankelijk verklaard en kon de rechtbank inhoudelijk niet oordelen over de aanvragen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk vanwege opschorting van de beslistermijn en het ontbreken van een juiste ingebrekestelling.