Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2024:4747

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
10 september 2024
Publicatiedatum
11 september 2024
Zaaknummer
C/08/319709 / KG RK 24-355
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrondverklaring wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende vooringenomenheid

Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die zitting had in verzetzaken tegen beslissingen van het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst IJsselland. Verzoeker stelde dat de rechter partijdig zou zijn vanwege eerdere samenwerking met mr. Esmeijer, die in eerdere zaken beslissingen had genomen waartegen verzoeker verzet had ingesteld.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft verzoeker toegelicht dat hij de rechter wel als integer en onpartijdig ziet, maar vreest dat de nauwe relatie met mr. Esmeijer tot vooringenomenheid kan leiden. De rechter heeft betoogd dat het enkele feit van eerdere samenwerking geen uitzonderlijke omstandigheid vormt die vooringenomenheid rechtvaardigt.

De wrakingskamer heeft geoordeeld dat de indruk van vooringenomenheid objectief moet zijn en niet slechts gebaseerd mag zijn op het persoonlijke gevoel van verzoeker. Gezien de gangbare praktijk binnen de rechtbank waarbij rechters regelmatig in wisselende samenstellingen meervoudige kamers vormen, is er geen sprake van een zodanige bijzondere omstandigheid.

Verzoeker heeft geen concrete feiten of omstandigheden aangevoerd die wijzen op daadwerkelijke partijdigheid of vooringenomenheid. Daarom is het wrakingsverzoek ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is ongegrond verklaard wegens gebrek aan objectieve aanwijzingen voor vooringenomenheid.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK OVERIJSSEL

Wrakingskamer
Zittingsplaats Zwolle
zaaknummer: C/08/319709 / KG RK 24-355
Beslissing van 10 september 2024
in de zaak van
mr. [verzoeker],
wonende te [woonplaats],
verzoeker tot wraking.

1.De procedure

1.1.
In de zaken van verzoeker met de zaaknummers 24/1856 V en 24/1857 V heeft op 15 augustus 2024 een openbare behandeling plaatsgevonden, alwaar
mr. A.T. de Kwaasteniet (hierna: de rechter) zitting had.
1.2.
Bij gelegenheid van de behandeling heeft verzoeker een mondeling verzoek tot wraking van de rechter gedaan, zoals blijkt uit het proces-verbaal van het wrakingsverzoek van 15 augustus 2024.
1.4.
De rechter heeft niet berust in de wraking
1.5.
Het wrakingsverzoek van verzoeker is op 29 augustus 2024 in het openbaar behandeld.
Bij de mondelinge behandeling is verzoeker verschenen.
De rechter en de gemachtigden van het dagelijks bestuur Omgevingsdienst IJsselland, verweerder in beide zaken, hebben laten weten niet te zullen verschijnen.

2.De feiten

2.1.
Verzoeker heeft verzet ingesteld tegen de uitspraken van mr. A.P.W. Esmeijer van 14 mei 2024 in een beroepsprocedure met zaaknummer ZWO 24/1956 WOO en van 28 juni 2024 in een beroepsprocedure met zaaknummer ZWO 25/1857 WOO. In beide zaken betrof het een beroep van verzoeker tegen het niet tijdig beslissen door het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst IJsselland op zijn bezwaar respectievelijk verzoek op grond van de Wet Open Overheid. De verzetzaken zijn op de zitting van de rechter gepland op 15 augustus 2024.

3.Het wrakingsverzoek

3.1.
Verzoeker heeft het volgende aan zijn verzoek ten grondslag gelegd.
De uitspraken in de beroepszaken zijn gedaan door mr. Esmeijer. Nu de rechter eerder met mr. Esmeijer heeft samengewerkt, onder andere in de zaak met ECLI-nummer ECLI:NL:RBOVE:2024:2531 van 15 mei 2024 (hierna: de [naam]-zaak), heeft verzoeker het gevoel dat de rechter samen met mr. Esmeijer verder wil gaan op de lijn die
mr. Esmeijer heeft ingezet. Verzoeker voelt partijdigheid en vooringenomenheid en stelt dat de rechter zich in beide zaken had moeten verschonen.
3.2.
Tijdens de mondelinge behandeling van de zaak heeft verzoeker het wrakingsverzoek toegelicht. Verzoeker heeft benadrukt dat hij de rechter ziet als integer en niet-partijdig. Zijn bezwaar ligt in de eerdere samenwerking tussen de rechter en
mr. Esmeijer, waardoor de rechter in een te nauwe relatie tot mr. Esmeijer staat. Hierdoor bestaat bij verzoeker de vrees dat de rechter mr. Esmeijer ‘rugdekking’ zal geven. Daarbij komt dat verzoeker in de rechtspraak al eerder is gebleken van het geven van rugdekking.
Zo is de beslissing van mr. Koene in het arbeidsgeschil dat hij had tegen verweerder in stand gelaten door het gerechtshof. Volgens verzoeker is er sprake van een ecosysteem.
3.3.
Daarnaast heeft verzoeker aangevoerd dat in de eerder genoemde [naam]-zaak de meervoudige kamer, waaronder de rechter, zich heeft verschoond, en dat hij dat in deze zaak ook had moeten doen.

4.Het standpunt van de rechter

4.1.
De rechter heeft aangevoerd dat de beide zaken door de griffie van het team bestuursrecht zijn geagendeerd op een zitting waarop zogenoemde ‘varia-zaken’, waaronder WOO-zaken, worden behandeld. Bij die agendering houdt de griffie geen rekening met de persoon van de rechter, met die uitzondering dat het geen zitting van mr. Esmeijer mag zijn, omdat mr. Esmeijer immers degene is tegens wiens beslissing verzoeker verzet instelt.
4.2
Het uitgangspunt is dat de rechter vanwege zijn aanstelling als rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn. Dat kan anders zijn als sprake is van een uitzonderlijke omstandigheid waaruit kan worden afgeleid dat hij vooringenomen is.
4.3
De rechter heeft aangevoerd dat van zo’n uitzonderlijke omstandigheid geen sprake is. Er is voldaan aan de eisen die de Awb stelt en het enkele feit dat de verzetsrechter en de rechter over wiens uitspraak moet worden geoordeeld ooit deel hebben uitgemaakt van dezelfde meervoudige kamer vormt geen uitzonderlijke omstandigheid zoals genoemd.

5.De beoordeling

5.1
De wrakingskamer moet de vraag beantwoorden of de rechter partijdig of vooringenomen is of dat hij die indruk bij verzoeker heeft gewekt. Die indruk moet niet alleen maar voortkomen uit het persoonlijke gevoel van verzoeker, maar moet ‘geobjectiveerd’ zijn. Dat wil zeggen dat een willekeurige andere persoon in de plaats van verzoeker op grond van dezelfde feiten en omstandigheden óók moet hebben gedacht dat de rechter partijdig is. Daarbij is het uitgangspunt dat de rechter vanwege zijn aanstelling als rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn. Dat kan anders zijn als sprake is van een uitzonderlijke omstandigheid, waaruit kan worden afgeleid dat hij partijdig of vooringenomen is. Dat betekent dat er een zekere drempel bestaat voordat kan worden vastgesteld dat bij een rechter sprake is van partijdigheid of vooringenomenheid.
5.2
Het eerder genoemde uitgangspunt, dat een rechter wordt geacht onpartijdig te zijn, betekent ook dat het enkele feit dat een rechter ooit met een andere rechter deel heeft uitgemaakt van dezelfde meervoudige kamer, niet maakt dat hij dan in een andere zaak geen onpartijdig oordeel kan geven over een zaak waarin die andere rechter eerder al heeft beslist. De wrakingskamer merkt op dat het, vanwege de grootte van deze rechtbank, vaker voorkomt dat rechters met verschillende collega’s deel uitmaken van meervoudige kamers. Meervoudige kamers bestaan namelijk uit steeds wisselende samenstellingen. En zo gebeurt het vaker dat een enkelvoudige (alleen zittende) rechter moet oordelen over zaken waarin collega’s eerder al beslissingen hebben genomen en met wie die enkelvoudige rechter in andere zaken ook wel eens in een meervoudige kamer heeft samengewerkt. Dat kan voorkomen in – zoals in dit geval – verzetzaken, maar bijvoorbeeld ook in bodemzaken waarin een collega al heeft beslist over een voorlopige voorziening. Voor de rechter gaat het er in dat soort zaken niet zozeer om, om die beslissing van de collega-rechter te beoordelen, maar het gaat erom het geschil van partijen te beoordelen op grond van de door die partijen aangevoerde argumenten.
5.3
De wrakingskamer volgt verzoeker dus niet in zijn algemene aanname dat de rechter vooringenomen is omdat hij ooit met mr. Esmeijer in een meervoudige kamer heeft samengewerkt. En verzoeker heeft geen concrete onderbouwing gegeven waaruit volgt dat de rechter in dit geval ‘rugdekking’ zal geven aan mr. Esmeijer, noch heeft hij bijzondere omstandigheden aangevoerd, die voortvloeien uit de verschoning van de gehele kamer in de [naam]-zaak, waaruit volgt dat de rechter zich ook in onderhavige zaak had moet verschonen. Integendeel, verzoeker heeft gesteld dat hij de rechter ziet als integer en niet-partijdig.
5.4
Nu verzoeker ook overigens geen feiten en omstandigheden heeft gesteld op grond waarvan kan worden geoordeeld dat de rechter blijk heeft gegeven van partijdigheid dan wel van vooringenomenheid dan wel dat de vrees van vooringenomenheid objectief gerechtvaardigd is, zal de rechtbank het wrakingsverzoek ongegrond verklaren.

6.De beslissing

De wrakingskamer
6.1.
verklaarthet verzoek tot wraking van mr. A.T. de Kwaasteniet
ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door de mrs. A. van Holten, F. Koster en J.N. Bartels in tegenwoordigheid van de griffier mr. A. de Bruin en in openbaar uitgesproken op 10 september.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.