ECLI:NL:RBOVE:2024:3965
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen weigering provisievergoeding bij faillissementsuitkering
Eiser, voormalig accountmanager, diende bij het UWV een aanvraag in voor een faillissementsuitkering na het faillissement van zijn ex-werkgever. Hij vorderde onder meer vergoeding van provisie die volgens hem binnen de 13 weken voorafgaand aan het einde van zijn dienstverband was opgebouwd en uitbetaald.
Het UWV kende de faillissementsuitkering toe, maar weigerde de provisie te vergoeden omdat deze betrekking had op een periode langer dan 13 weken voorafgaand aan het einde van het dienstverband. Eiser stelde dat de uitbetaling van de provisie binnen de 13 weken viel en dat het UWV bij een eerder faillissement wel provisie had vergoed.
De rechtbank oordeelde dat de vergoeding slechts betrekking kan hebben op loon opgebouwd in de 13 weken voorafgaand aan het einde van het dienstverband, ongeacht het uitbetalingsmoment. De provisie over een langere periode komt niet voor vergoeding in aanmerking. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat eerdere fouten van het UWV geen recht scheppen op herhaling. Daarnaast kon eiser onvoldoende onderbouwen dat hij recht had op provisie over de relevante periode.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij terugbetaling van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering van het UWV om provisie te vergoeden is ongegrond verklaard.