ECLI:NL:RBOVE:2024:3521
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na herbeoordeling
Eiser werkte tot juli 2019 als logistiek medewerker en ontving sinds september 2019 een WIA-uitkering. Het UWV stelde in maart 2023 het arbeidsongeschiktheidspercentage vast op 31,48%, waardoor per december 2023 de uitkering werd beëindigd. Eiser voerde aan dat zijn fibromyalgie en psychische klachten zwaardere beperkingen veroorzaken dan door het UWV erkend.
De rechtbank beoordeelde de medische rapporten van verzekeringsartsen, die de beperkingen van eiser objectief vaststelden en concludeerden dat een urenbeperking niet noodzakelijk was. De rechtbank vond geen aanwijzingen dat deze inschattingen onjuist waren, ook niet gelet op de nieuwe inzichten over fibromyalgie en de Zorgstandaard.
De arbeidsdeskundige stelde dat eiser de geselecteerde passende functies kan vervullen, wat leidt tot een hogere restverdiencapaciteit en een lager arbeidsongeschiktheidspercentage. De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht de uitkering beëindigde en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de beëindiging van zijn WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.