Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsmotivering
vindplaatsvan het geld en niet op het verbergen of verhullen van de
criminele herkomstdaarvan, of wie de rechthebbende op dat geld was.
€ 500.000,-- te geven. [verdachte] stuurde vervolgens op 16 mei 2020 dat “ze” geld hadden gebracht en € 500.000,-- hadden meegenomen. [verdachte] gaf dit geld kennelijk mee aan degenen die het gingen overdragen. [36] Uit aangetroffen foto’s van een kennelijk handmatig bijgehouden administratie kan blijken dat dit geldbedrag inderdaad is overgedragen. [37]
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod;
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De toegepaste wettelijke voorschriften
8.De beslissing
deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10, derde en vierde lid van de Opiumwet;
en
deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;
medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd;
gevangenisstrafvoor de duur van
5 (vijf) jaren;
mr. P.A.M. Miltenburg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. Gottemaker, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2024.