De rechtbank Overijssel behandelde de zaak tegen verdachte B.V., die ten laste werd gelegd dat zij in de periode van juli 2019 tot april 2020 samen met anderen opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting had gedaan over meerdere kwartalen. De tenlastelegging betrof het opzettelijk onjuist en/of onvolledig opgeven van verschuldigde omzetbelasting, waardoor te weinig belasting werd geheven.
Tijdens het onderzoek nam de rechtbank kennis van het handelsregister waarin bleek dat verdachte B.V. per 13 november 2023 was ontbonden en uitgeschreven. De dagvaarding was gedateerd op 16 november 2023 en betekend op 24 november 2023. De rechtbank oordeelde dat het recht tot strafvordering vervalt zodra voor derden kenbaar is dat een rechtspersoon is ontbonden, en dat de vervolging niet eerder was aangevangen dan de betekening.
De rechtbank verwierp het standpunt van het Openbaar Ministerie dat de vervolging al was begonnen bij het verhoor van bestuurders. Hoewel de vervolging tegen de vennootschap niet ontvankelijk werd verklaard, blijft het OM bevoegd om tegen natuurlijke personen die leiding gaven vervolging in te stellen. De rechtbank sprak het vonnis uit op 17 april 2024.