Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.De procedure
- de plaatsopneming van 11 oktober 2022 in [woonplaats] en de aansluitend gehouden mondelinge behandeling in het gerechtsgebouw in Zwolle, waarbij de griffier aantekeningen heeft gemaakt;
Rechtbank Overijssel
In deze civiele zaak tussen buren staat centraal waar de erfgrens ligt tussen woon- en tuinpercelen, hoe het recht van erfdienstbaarheid (overpad) zich uitstrekt, en welke gevolgen dit heeft voor beplanting en erfafscheidingen. De rechtbank beoordeelt de uitleg van de notariële akte waarin de erfdienstbaarheid is vastgelegd en onderzoekt of sprake is van verjaring van eigendom door bezit.
De rechtbank stelt vast dat de erfdienstbaarheid zich uitstrekt over de volledige lengte van het woonperceel, niet alleen het betegelde pad tussen de woningen. De hederaheg en een houten afsluiting vormen een inbreuk op dit recht, maar een deel van de heg staat op het perceel van de buur door bevrijdende verjaring, omdat deze heg al sinds 1991 in bezit is van de buur en de verjaringstermijn van twintig jaar is verstreken.
De vorderingen tot verwijdering van beplanting op het tuinperceel worden toegewezen, inclusief een dwangsom, terwijl vorderingen tot verwijdering van bomen en takken worden afgewezen wegens verjaring en onvoldoende onderbouwing van onrechtmatige hinder. De rechtbank wijst ook de vordering tot het oprichten van een nieuwe schutting af wegens misbruik van recht. Proceskosten worden gecompenseerd en iedere partij draagt eigen kosten.
Uitkomst: De rechtbank stelt de erfgrens vast, wijst vorderingen tot verwijdering van beplanting deels toe wegens verjaring en onrechtmatige hinder, wijst de schuttingvordering af en compenseert de proceskosten.