Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.[gedaagde 1] (voorheen hetende [gedaagde 1]),
2.
NVIG BEHEER B.V.,
1.De procedure
- de wijziging van eis van [eiser] met aanvullende producties 16 t/m 18,
- de producties 1 t/m 10 van [gedaagde 1],
- de mondelinge behandeling van 7 december 2023,
- de pleitnota van [eiser],
2.De zaak in het kort
3.De feiten
1. Looptijd
4.Het geschil
5.De beoordeling
Over de hoofdsom van de geldlening of het restant daarvan is een variabele rente verschuldigd, te voldoen in maandelijkse termijnen bij achterafbetaling, voor het eerst op één augustus 2009, over het sedert heden verstreken tijdvak. Het percentage bedraagt heden vijf procent (5%) per jaar.De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat tussen partijen gelet op de kop van het artikel (variabele rente), de eerste zin en de laatste alinea sprake is van een variabele rente. De laatste alinea luidt: ‘
Iedere zes maanden wordt het rentepercentage herzien op de eerste van de maand, volgens de volgende methode: het dan geldende zes-maands-Euribor, zoals dat is vastgesteld op de laatste werkdag van de vorige kalendermaand, verhoogd met de vaste opslag.’
‘de schuldeiser kan het rentepercentage te allen tijde met onmiddellijke ingang wijzigen. Het rentepercentage zal telkens kunnen worden herzien op de eerste van de maand.’Dit gedeelte was wel een discretionaire bevoegdheid, maar tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde 1] de rente niet heeft gewijzigd binnen de rentelooptijd.