Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
[slachtoffer]
opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade
van het leven heeft beroofd, door:
- die [slachtoffer] meerdere malen, in elk geval eenmaal, met een mes in de
borst en/of de buik en/of de linkerschouder en/of de linker bovenarm en/of de rug
en/of de hals en/of de rechter bil te steken;
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een of meerdere winkelgoederen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele
aan de Action, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn
mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen.
3.De voorvragen
3.De bewijsmotivering
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De schade van benadeelden
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij van
overheidswege zal worden verpleegd;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 17.500,00 (zegge: zeventienduizendvijfhonderd euro), en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 122 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 3.972,64 (zegge: drieduizendnegenhonderdtweeënzeventig euro en vierenzestig eurocent), en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 49 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
wijstde vorderingen onder parketnummer 02.104958.20 en 02.120652.20
af.
Het proces-verbaal van aangifte van [aangever] van 19 december 2022, zakelijk weergegeven, voor zover inhoudend, pagina 5 – 6:
(… )Ik heb beeld vanuit een hoek bij de in- en uitgang. Ik heb zicht op de kassa's. Ik zie de twee personen, die in eerder had omschreven, een kassa benaderen. Dit zijn personen 1 en 2. Ik zie dat persoon 1 de kassamedewerker passeert en even blijft wachten. Ik zie dat persoon 2 in gesprek is met de kassamedewerker. Ik zie dat één klein blauw product word gescand en door persoon 2 word afgerekend. Ik zie persoon 1 hier bij staan en niets doen, de tas blijft gesloten. Ik zie dat beide personen vervolgens naar buiten lopen en uit het beeld verdwijnen.
(…
Ondertussen ben ik [verbalisant 1] naar de Action gelopen waarbij ik personeel van de winkel tegen kwam op de Markt. Zij hadden ons reeds zien staan bij de mannen en zeiden gelijk dat dit de dieven waren. Ik ben vervolgens met het winkelpersoneel naar de winkel gelopen. Ik [verbalisant 1] ben met het winkelpersoneel naar de beelden van de beveiligingscamera gaan kijken. Ik zag op deze beelden dat de verdachte met de witte jas een rugzak droeg en dat een andere man achter hem spullen in zijn rugzak stopte. Ik heb hiervan een foto gemaakt en ben terug naar mijn collega's op de Markt gelopen. Wij herkenden deze tweede verdachte gelijk want deze stond naast bovengenoemde verdachte met witte jas tijdens de staande houding. Ik, verbalisant, [verbalisant 2] had reeds de personalia van de tweede verdachte genoteerd dit betrof [verdachte] , geboren op [geboortedatum] -1999 te [geboorteplaats] .