Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsmotivering
of omstreeks15 februari 2022
,te Enschede
, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijk aanwezig heeft gehad
(in totaal
) ongeveer8,07 gram
, althans een hoeveelheid van een materiaal bevattendeamfetamine en
/of48,5 gram (40 milliliter)
, althans een hoeveelheid van een materiaal bevattendegamma-hydroxyboterzuur en
/of een1 1/2 pil
, althans een hoeveelheid van een middelbevattende MDMA (XTC), zijnde amfetamine en
/ofgamma-hydroxyboterzuur en
/ofMDMA,
(telkens
)een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De schade van benadeelde
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
gevangenisstrafvoor de duur van
120 (honderdtwintig) dagen;
15 (vijftien) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaardendat verdachte:
Leger des Heils Reclassering aan de Tubantiasingel 5 in Enschede, op de door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zo lang deze instelling dat nodig acht;
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat de verdachte:
verklaarthet Openbaar Ministerie
niet-ontvankelijkin de vordering tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke strafdeel;
verklaarthet Openbaar Ministerie
niet-ontvankelijkin de vordering tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke strafdeel voor zover dit voorwaardelijk strafdeel ziet op een gevangenisstraf;
wijst afde vordering tot tenuitvoerlegging voor het overige.