ECLI:NL:RBOVE:2023:2166
Rechtbank Overijssel
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid na eindvonnis
Verzoeker heeft op 4 juni 2023 een verzoek tot wraking ingediend tegen mr. W.R.H. Lutjes, rechter belast met de behandeling van een kantonzaak. Dit verzoek werd ingediend bij de wrakingskamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant en vervolgens overgedragen aan de wrakingskamer van de rechtbank Overijssel.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 37 lid 1 Rv Pro en de jurisprudentie van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:1998:AD2977), waarin is bepaald dat een wrakingsverzoek in beginsel in elke stand van de procedure kan worden gedaan, maar uiterlijk vóór het wijzen van het eindvonnis. In deze zaak was het eindvonnis reeds op 30 mei 2023 gewezen, waardoor het verzoek te laat was ingediend.
Daarom verklaarde de wrakingskamer verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking en kwam zij niet toe aan een inhoudelijke behandeling van het verzoek. De beslissing werd op 12 juni 2023 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van de rechtbank Overijssel. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek omdat het na het eindvonnis is ingediend.