Uitspraak
1.[Partij B] ,
2.
[Partij C],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
Deze zaak betreft een perceel grond dat eigendom is van eiser [Partij A] en verpacht aan gedaagde [Partij B]. De zoon van [Partij B], [Partij C], heeft het pachtbedrijf overgenomen en de vraag was of de pachtovereenkomst ontbonden kon worden of dat [Partij C] als nieuwe pachter kon worden erkend.
De rechtbank oordeelt dat [Partij B] tekort is geschoten in zijn verplichtingen als pachter, omdat hij de exploitatie van het gepachte heeft overgedragen aan de commanditaire vennootschap en later de vof, waarin hij geen zeggenschap meer had. Dit was niet bekend bij [Partij A] en zij stemde hier niet mee in. Desondanks is de tekortkoming niet ernstig genoeg om de pachtovereenkomst te ontbinden, mede gelet op de langdurige relatie en de agrarische praktijk.
In reconventie wordt vastgesteld dat er geen pachtwijzigingsovereenkomst is gesloten, maar wordt wel toegewezen dat [Partij C] als pachter in de plaats van zijn vader wordt gesteld. [Partij C] biedt voldoende waarborgen voor een behoorlijke bedrijfsvoering gezien zijn opleiding en ervaring.
De rechtbank veroordeelt [Partij A] in de proceskosten en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De ontbinding van de pachtovereenkomst wordt afgewezen en de zoon wordt als pachter in de plaats van zijn vader gesteld.