Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
[X] B.V. (hierna: [Y] ) en
[Z], voorheen handelend onder de naam [X] (hierna: [Z] ),
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties,
- de mondelinge behandeling van 6 februari 2023, waar partijen, [gedaagde] vergezeld door zijn advocaat, zijn verschenen. Partijen hebben hun standpunten toegelicht, mede aan de hand van pleitaantekeningen. Door de griffier zijn van de mondelinge behandeling aantekeningen gemaakt.
2.De beslissing samengevat
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (hierna: Rome II). De hoofdregel van Rome II is dat het recht dat van toepassing is op een onrechtmatige daad het recht is van het land waar de schade zich voordoet (artikel 4 lid 1 Rome Pro II). In dit geval heeft Nederland te gelden als het land waar de (gestelde) schade zich voordoet, nu het gaat om vermogensschade van Nederlandse boedels door geldopnames van zakelijke rekeningen bij in Nederland gevestigde banken en andere transacties van deze zakelijke rekeningen naar privérekeningen bij in Nederland gevestigde banken. Dit houdt in dat Nederlands recht van toepassing is.
Op grond van artikel 6:205 BW Pro in combinatie met artikel 6:203 lid 2 BW Pro geldt dat degene die te kwader trouw is op het moment dat hij een onverschuldigde betaling ontvangt, zonder ingebrekestelling in verzuim verkeert. Voor kwade trouw in de zin van artikel 6:205 BW Pro is vereist dat de ontvanger wist of vermoedde dat de betaling niet verschuldigd was. De vraag of sprake is van kwade trouw in de zin van artikel 6:205 BW Pro dient derhalve te worden beantwoord aan de hand van de subjectieve kennis van de ontvanger op het moment van de ontvangst van de betaling. [3]
6.De beslissing
29 maart 2023.