Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
het college van burgemeester en wethouders van Enschede, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
€ 8.000,- van iemand anders. Dat eiser, zoals verweerder heeft gesteld, op geen enkele wijze heeft onderbouwd dat € 8.000,- van het aangetroffen geld van een derde is, is eiser niet aan te rekenen, omdat het niet mogelijk is de gegevens van die persoon bekend te maken. Verder heeft eiser ten overstaan van de sociaal rechercheur verklaard dat hij het bedrag van € 8.000,- pas sinds kort onder zich heeft.
1 mei 2017 tot en 31 juli 2019 dan ook niet weggenomen.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover het gaat om de intrekking over de perioden van 25 augustus 2010 tot en met 30 april 2011, 1 juni 2011 tot en met
- bepaalt dat verweerder een nieuwe beslissing op bezwaar neemt met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 48,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.897,50.
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Bijlage: wettelijk kader