ECLI:NL:RBOVE:2022:501
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering en verrekening bijstandsuitkering na herziening
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft verweerder de bijstandsuitkering van eiser herzien en een bedrag van € 8.030,78 teruggevorderd na eerdere besluiten en een eerdere uitspraak van de rechtbank die bepaalde perioden van intrekking en terugvordering bevestigde.
Eiser stelde dat hij vanaf 16 juli 2018 zijn hoofdverblijf op zijn inschrijfadres had en voerde aan dat de kostendelersnorm en bepaalde vergoedingen niet waren meegenomen in de terugvordering. De rechtbank stelde vast dat het oordeel over het hoofdverblijf onherroepelijk is en dat inhoudelijke argumenten over de kostendelersnorm niet in deze procedure aan de orde kunnen komen.
Verweerder heeft een verrekening toegepast van de proceskostenveroordeling van € 1.068,- met de terugvordering, waardoor nog € 6.962,78 wordt teruggevorderd. De rechtbank oordeelt dat verweerder op goede gronden tot terugvordering en verrekening heeft kunnen overgaan.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding tot een nieuwe proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt de eerdere beslissingen en legt de verantwoordelijkheid bij eiser voor de terugbetaling van het saldo na verrekening.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot terugvordering en verrekening blijft in stand.