Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
waarbij dat geweld en/of die één of meer andere feitelijkheden en/of die bedreiging met geweld en/of met één of meer andere feitelijkheden er in heeft/hebben bestaan dat verdachte
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
De rechtbank overweegt daartoe het volgende.
.De verklaring van [slachtoffer 1] vindt echter steun in de aangifte en de bij de rechter-commissaris afgelegde getuigenverklaring van haar zus [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ). Zij verklaart dat zij een aantal keren heeft gezien dat verdachte met zijn hand aan de billen en borsten van [slachtoffer 1] zat. Daarnaast heeft [slachtoffer 1] aan [slachtoffer 2] verteld dat verdachte wel eens aan haar zat.
“bezig ging”en [slachtoffer 1] met rust liet. Tot slot heeft [slachtoffer 2] aan [getuige 1] verteld dat verdachte op de laatste avond aan haar heeft gezeten en haar heeft geprobeerd te tongzoenen.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
ontucht plegen met zijn minderjarige bediende of ondergeschikte, meermalen gepleegd
feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
“op andere wijze”in hun persoon zijn aangetast. Voor een vergoeding van immateriële schade wegens “
aantasting in hun persoon op andere wijze” dient sprake te zijn van een bijzonder ernstige normschending en relevante nadelige gevolgen. De nadelige gevolgen dienen in beginsel te worden onderbouwd, maar kunnen gezien de aard en de ernst van de normschending zó voor de hand liggen, dat een “
aantasting in hun persoon op andere wijze” kan worden aangenomen.
“op andere wijze in hun persoon zijn aangetast”.De rechtbank stelt dat het een feit van algemene bekendheid is dat een slachtoffer van ontuchtige handelingen dan wel aanranding hier zonder meer psychische gevolgen van ondervindt. Het betreft een schending van de lichamelijke integriteit en daarmee een aantasting van de persoon. Zoals uit de motivering van de vorderingen van de immateriële schade is gebleken heeft het handelen van verdachte bij beide slachtoffers de nodige angst teweeg gebracht.
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
1 en 2ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
ontucht plegen met zijn minderjarige bediende of ondergeschikte, meermalen gepleegd;
feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd;
1 en 2bewezen verklaarde;
gevangenisstrafvoor de duur van
5 (vijf) maanden;
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte:
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
240 (tweehonderdveertig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
120 (honderdtwintig) dagen;
[slachtoffer 1](feit 1) van een bedrag van
€ 1.750,-- (zegge duizendzevenhonderdvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2019;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 1.750,-- (zegge duizendzevenhonderdvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf
1 juli 2019ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzelingvoor de duur van
27 dagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[slachtoffer 2](feit 2) van een bedrag van
€ 1.000,-- (zegge duizend euro)te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2019;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 1.000,-- (zegge duizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf
1 juli 2019ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzelingvoor de duur van
20 dagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;