Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
2.De beoordeling
€ 498,00
Rechtbank Overijssel
In deze civiele procedure tussen Ad Infinitum B.V. en [gedaagde] staat de vraag centraal of [gedaagde] de huur over de periode september tot en met december 2021 volledig heeft voldaan. De kantonrechter heeft [gedaagde] in een tussenvonnis de gelegenheid gegeven bewijs te leveren van betaling, maar [gedaagde] heeft hier geen gehoor aan gegeven. Hierdoor staat vast dat hij de huur niet volledig heeft betaald.
Ad Infinitum mocht de betalingen die in 2022 zijn gedaan in mindering brengen op de achterstanden uit 2021, waardoor een huurachterstand van vier maanden is ontstaan. De kantonrechter wijst de vordering tot betaling van de huurachterstand van €4.000, de wettelijke rente, en buitengerechtelijke incassokosten van €150 toe.
Daarnaast wordt de huurovereenkomst ontbonden op grond van artikel 6:265 lid 1 BW Pro vanwege de omvangrijke betalingsachterstand. De ontruiming van het gehuurde wordt bevolen binnen veertien dagen na betekening van het vonnis. De vordering tot betaling van lopende huurtermijnen tot aan verhuur aan een ander wordt afgewezen, maar subsidiair toegewezen vanaf 1 juli 2022 tot ontruiming.
[gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van Ad Infinitum. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken op 6 december 2022.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en [gedaagde] veroordeeld tot betaling van huurachterstand, wettelijke rente, incassokosten en ontruiming binnen veertien dagen.