Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[eiser 1] ,wonende in [woonplaats] ,
[eiser 2],
wonende in [woonplaats] ,
[gedaagde],
gevestigd en kantoorhoudende in [vestigingsplaats] ,
1.De procedure
2.Inleiding en korte samenvatting van de beslissing
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
Fijn dat alles droog is”. Bovendien hebben [eiser 1] c.s. de producties 59 tot en met 61 in het geding gebracht, waarin voornoemde [D] uitlegt dat hij geen vochtmetingen heeft kunnen uitvoeren. Uit de hiervoor genoemde door [eiser 1] c.s. genoemde rapportage volgt echter niet eenduidig dat het vochtprobleem ontstaan is voor het transport door een aan [gedaagde] toe te rekenen omstandigheid. Zo wijst het rapport van Humida weliswaar op fouten in het ontwerp van de woonark, maar over het vocht vermeldt het rapport het volgende:
“De gemelde vochtschade is echter van die aard dat er minstens sprake is van een ongeoorloofde en niet aanvaardbare gevolgschade. De bewoner haalt 500 – 600 ml per dag uit de spouwmuur. Als de verwarming uitgezet wordt stopt de vochtproductie, wat een dubbele bewijsvoering is voor de bouwfysische vaststellingen. Lekdetecties hebben geen lekkages kunnen vinden aan de aan- en afvoerleidingen”.Daar kan de rechtbank, zeker nu het rapport dateert van 12 april 2021, geen aan [gedaagde] toe te rekenen oorzaak van het vochtprobleem in lezen. De hiervoor genoemde conclusie van Fula staat niet in het rapport van Fula en is veeleer een conclusie die [eiser 1] c.s. zelf formuleren. Veel gewicht kan de rechtbank daar dan ook niet aan toekennen. De conclusie in het rapport van Pompe Lekdetectie is stelliger; volgens deze deskundige is tijdens de bouwtijd de spouwmuur vol geregend. Waar Pompe Lekdetectie deze conclusie op baseert kan de rechtbank echter niet uit het rapport opmaken. Daarmee komt dan ook niet vast te staan dat het vocht in de woonark terechtgekomen is vóór het transport naar [plaats 2] .