Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[betrokkene] B.V.
verschijnenop een hoorzitting” 1 punt wordt toegekend. De kantonrechter leidt daaruit af dat deze vergoeding is bedoeld voor het fysiek verschijnen op een hoorzitting. Het Bpb voorziet niet in een forfaitaire vergoeding voor telefonisch horen. Omdat met telefonisch horen in de regel minder kosten gepaard gaan én de forfaitaire vergoeding beoogt voor die kosten een tegemoetkoming te bieden, acht de kantonrechter het passend om in de lacune van de bijlage bij het Besluit te voorzien door hiervoor 0,5 punt toe te kennen. De kantonrechter vindt hiervoor ook steun in het Bpb, nu de bijlage voor het verstrekken van schriftelijke inlichtingen (waar evenmin sprake is van een fysiek verschijnen) voorziet in de toekenning van een 0,5 punt. Omdat de kantonrechter voorziet in een lacune in de bijlage van het besluit, is het niet nodig gebruik te maken van de afwijkingsbevoegdheid van artikel 2, derde lid van het Bpb.
€ 774,50. De berekening luidt aldus: 1 punt (voor het administratief beroepschrift) en 0,5 punt (voor de telefonische hoorzitting) met een wegingsfactor van 0,25 en een waarde per punt van € 534,-- =
€ 200,25 +1 punt (voor het beroepschrift in de kantonfase) met een wegingsfactor van 0,5 en een waarde per punt van € 748,-- =
€ 374,--