Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
[adres 2] . Omstreeks 13:10 uur werden de containers tegen voornoemde loods gezet, voor de zogenoemde docks, om te kunnen worden gelost. De FIOD heeft uiteindelijk omstreeks 14:23 uur de loods en het bijbehorende terrein betreden. Er zijn in totaal zeven personen als verdachte aangehouden. De strafzaken tegen de twee vrachtwagenchauffeurs zijn voorwaardelijk geseponeerd.
7 juli 2021 in de loods aan de [adres 2] zijn aangetroffen, niet overeenkomstig de bepalingen van de Wet in de heffing waren betrokken.
‘Die container sigaretten kost € 130.000,--. Daar komt bij € 150.000,-- voor de Douane. Ja, anderhalve ton per container om ‘m door te laten. Dan heb je nul risico, hij gaat nooit op rood. Nooit.’ [11] Daarnaast heeft [medeverdachte 1] in het genoemde gesprek over de transporten verklaard:
‘Dit jaar maart de eerste container binnengekomen, elke maand komt er een container binnen, nu komme d’r twee’. [12] Voorts heeft [medeverdachte 1] in het genoemde gesprek over zijn eigen rol verklaard:
‘Nummer 1 ben ik. Ik regel de BV’s. Ik doe het mailverkeer. Ik plaats de order. Ik ben het contact met de fabriek, contact met de inklaring. Ik regel de loodsen’. [13] Ten slotte heeft [medeverdachte 1] in het genoemde gesprek over de winsten verklaard dat deze onder vijf personen worden verdeeld, namelijk: hijzelf,
‘ [alias 1] ’,
‘ [alias 2] ’, ‘ [alias 3] ’ en ‘ [alias 4] ’. [14]
[medeverdachte 1] en naar de rechtbank aanneemt verdachte, met de genoemde Energizer-telefoon. [medeverdachte 1] heeft aan verdachte geschreven:
‘Hoi maat hoe is’, waarna is afgesproken dat verdachte door [medeverdachte 1] bij de [winkel] , aan de A5 in Amsterdam, zou worden opgehaald. [16] Dat gesprek voerden beide verdachten tot 5 minuten voordat verdachte bij [medeverdachte 1] in zijn voertuig is gestapt. Uit dit WhatsApp-gesprek leidt de rechtbank ook af dat verdachte en [medeverdachte 1] elkaar al wel kenden én elkaar eerder hebben ontmoet, hetgeen zich niet verhoudt met het standpunt van verdachte dat hij [medeverdachte 1] niet kende en nog nooit eerder had gezien.
‘De sigaretten komen toch allemaal met een vrachtwagen via de Douane ofzo? Ik ga er niet omheen draaien. Ik zag dozen waarop Tabacco stond. Die dozen moest ik uitladen in een loods’. [17] Ook ter terechtzitting van 22 april 2022 heeft verdachte verklaard dat hij heeft geholpen met het lossen van de containers. Daarnaast heeft hij verklaard hij op 7 juli 2021 door een persoon bij de [winkel] in Amsterdam is opgehaald. Gebleken is dat [medeverdachte 1] die persoon was. [18]
‘ [omschrijving 2] ’in de loods waren toen de containers aankwamen. Op 8 juli 2021 heeft [medeverdachte 3] bij de politie verklaard dat [medeverdachte 1] volgens hem samen met
‘ [omschrijving 2] ’de leiding had en dat deze persoon rond 11:00 uur in de loods aanwezig was. Uit onderzoek is gebleken dat verdachte op 9 juli 2021, de dag van de voorgeleiding bij de rechter-commissaris, in hetzelfde DV&O-voertuig is vervoerd als [medeverdachte 3] , [naam 1] en
‘ [omschrijving 2]’ (de rechtbank begrijpt: verdachte) naast hem in de bus zat en dat hij toen aan [medeverdachte 1] vroeg wat deze verklaard had en dat [medeverdachte 1] antwoordde dat hij zich op zijn zwijgrecht beroepen had. [medeverdachte 1] vroeg daarop aan verdachte wat deze verklaard had. [medeverdachte 3] hoorde verdachte toen zeggen dat hij een verhaal had opgehangen van een vriendin, maar dat hij er zeker uit zal gaan. Voorts zei verdachte:
‘Dan gaan we knallen, want ik weet wie de boel genaaid heeft’. [19]
‘ [omschrijving 1] ’in de loods (mede) de leiding had. [20]
opzettelijkheeft overtreden. De rechtbank is van oordeel dat dit het geval is. Uit de verklaring van verdachte, de hiervoor genoemde bewijsmiddelen en de getuigenverklaringen concludeert de rechtbank dat verdachte willens en wetens, derhalve opzettelijk, de onveraccijnsde sigaretten (mede) voorhanden heeft gehad. De rechtbank merkt voor zover nodig nog op dat voor deze vaststelling niet is vereist dat verdachte daadwerkelijk een doos met sigaretten heeft opgetild of dat hij wist welke wettelijke bepalingen precies werden overtreden. De rechtbank acht de verklaring van verdachte, voor zover die inhoudt dat hij [medeverdachte 1] niet kende, dat hij [medeverdachte 1] nooit eerder heeft ontmoet en dat hij door ene [naam 3] was gebeld enkel om laminaat te lossen gelet op het vorenstaande ongeloofwaardig en gaat daaraan voorbij.
De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
medeplegen van het opzettelijk overtreden van een in artikel 5 van Pro de Wet op de accijns opgenomen verbod.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
medeplegen van het opzettelijk overtreden van een in artikel 5 van Pro de Wet op de accijns opgenomen verbod;
gevangenisstrafvoor de duur van
24 (vierentwintig) maanden;