Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Ontstaan en loop van het geding
2.De feiten
3.Het geschil
De rechtsvraag
Standpunten van partijen
Juridisch kader
In artikel 234, tweede lid, aanhef en onder a, van de Gemeentewet, is bepaald dat, voor zover thans van belang, de parkeerbelasting bij aanvang van het parkeren moet worden voldaan.
Beoordeling
4.Proceskosten
5.Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de beslissing op bezwaar;
- stelt het bedrag van de naheffingsaanslag en de gemaakte kosten gezamenlijk vast op € 15,-;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 49,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 53,20.