Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende te [woonplaats] ,
1.de besloten vennootschap [gedaagde 1] ,gevestigd te [vestigingsplaats] en kantoorhoudende te [plaats] ,
[gedaagde 2],
gevestigd te [vestigingsplaats] en kantoorhoudende te [plaats] ,
Rechtbank Overijssel
Eiser exploiteert een glas-in-loodbedrijf en huurt vier containers en bezit één container die op het terrein van gedaagde 2 staan. Er ontstond een geschil over toegang tot de containers nadat gedaagde 2 de toegang ontzegde vanwege een openstaande factuur.
De kantonrechter oordeelt dat de overeenkomst tussen eiser en gedaagde 2 is gesloten, niet met gedaagde 1. Eiser heeft een spoedeisend belang bij toegang tot de containers voor bedrijfsvoering. Het beroep op retentierecht door gedaagde 2 wordt verworpen omdat de factuur nog niet vervallen was en de toegang onrechtmatig werd ontzegd.
De vordering tot verplaatsen van drie containers die de toegang zouden belemmeren wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Ook de vorderingen tot schadevergoeding en huurkosten worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs en het ontbreken van spoedeisendheid. De kantonrechter veroordeelt gedaagde 2 om binnen drie dagen vrije toegang te verlenen op werkdagen van 9.00 tot 17.00 uur, met een dwangsom bij niet-naleving.
Uitkomst: Gedaagde 2 wordt veroordeeld om binnen drie dagen vrije toegang tot de containers te verlenen, overige vorderingen worden afgewezen.