ECLI:NL:RBOVE:2021:164

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
12 januari 2021
Publicatiedatum
15 januari 2021
Zaaknummer
8704837 CV EXPL 20-2226
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:431 BWArt. 1:441 BW
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenvonnis inzake onbetaalde factuur en oproeping bewindvoerder

In deze civiele zaak vordert Stichting Waternet betaling van een grotendeels onbetaalde factuur van gedaagde. Tijdens de procedure blijkt dat gedaagde onder beschermingsbewind is gesteld op grond van artikel 1:431 BW Pro, waardoor zij niet zelf bevoegd is om in rechte op te treden.

De kantonrechter constateert dit ambtshalve en verwijst naar het arrest van de Hoge Raad van 7 maart 2014, waarin is bepaald dat de rechter de meest gerede partij in de gelegenheid moet stellen de bewindvoerder op te roepen. Daarom wordt Stichting Waternet toegestaan om de bewindvoerder, BeschermingsBewind Twente B.V., per aangetekende brief als partij in het geding op te roepen.

Daarnaast wordt de bewindvoerder in overweging gegeven om tijdig aan te geven of zij de vordering erkent of verweer wenst te voeren. De rechtbank houdt verdere beslissing aan en plant een rolzitting op 2 februari 2021 om de standpunten van de bewindvoerder te vernemen.

Deze procedurele maatregel dient om de belangen van de onder bewind gestelde gedaagde adequaat te waarborgen en het proces voortvarend te laten verlopen.

Uitkomst: Stichting Waternet mag de bewindvoerder van gedaagde oproepen en de verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer : 8704837 \ CV EXPL 20-2226
Vonnis van 12 januari 2021
in de zaak van
de stichting
STICHTING WATERNET,
gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam,
eisende partij, hierna te noemen Stichting Waternet,
gemachtigde: Gerechtsdeurwaarderskantoor H.J. Jansen B.V.,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde] ,
verschenen in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 4 augustus 2020 met één productie,
- de conclusie van antwoord van 3 september 2020,
- de conclusie van repliek van 27 oktober 2020,
- de conclusie van dupliek van 24 november 2020.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Voordat aan een inhoudelijke beoordeling wordt toegekomen, wordt het navolgende overwogen. In de conclusie van antwoord geeft [gedaagde] aan dat zij begeleiding ontvangt en dat zij, samen met haar begeleiders, een aanvraag tot bewindvoering heeft ingediend. De kantonrechter heeft ambtshalve onderzoek gedaan en geconstateerd dat op 11 september 2020 ten behoeve van [gedaagde] een beschermingsbewind in de zin van artikel 1:431 BW Pro is ingesteld. Dit brengt mee dat zij op grond van artikel 1:441 BW Pro niet bevoegd is om zelf in rechte op te treden. De Hoge Raad heeft bij arrest van 7 maart 2014 (ECLI:NL:HR:2014:525) bepaald dat indien de rechter in de loop van het geding van het bewind op de hoogte raakt, de rechter, zo nodig ambtshalve, de meest gerede partij in staat dient te stellen de bewindvoerder op te roepen. De kantonrechter zal Stichting Waternet derhalve in de gelegenheid stellen om de bewindvoerder van [gedaagde] , BeschermingsBewind Twente B.V., bij aangetekende brief in het geding op te roepen, zoals in het dictum bepaald.
2.2
Om de behandeling van de zaak te bespoedigen geeft de kantonrechter de bewindvoerder in overweging op onderstaande datum te berichten of zij de vordering erkent (zoals kan worden afgeleid uit het standpunt van [gedaagde] ) dan wel of zij verweer wenst te voeren.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
stelt Stichting Waternet in de gelegenheid om de bewindvoerder van [gedaagde] , BeschermingsBewind Twente B.V., per aangetekende brief met inachtneming van de voor dagvaarding geldende termijnen, als partij in het geding op te roepen tegen de rol van 2 februari 2021 te 10:00 uur, teneinde de bewindvoerder van [gedaagde] als partij in dit geding te betrekken en alsnog zijn standpunt te bepalen ten aanzien van de vordering van Stichting Waternet,
3.2.
bepaalt dat Stichting Waternet een afschrift van de processtukken van het geding met alle producties, waaronder een afschrift van dit vonnis, (ongeveer) tegelijkertijd met de oproeping per aangetekende post met bericht van ontvangst toezendt aan de bewindvoerder van [gedaagde] ,
3.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.E.J. Goffin, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 januari 2021. (BLd(O)