Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
gemachtigde: [gemachtigde]
Rechtbank Overijssel
Eiseres kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd en maakte bezwaar. Zij stelde verweerder in gebreke wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaar. Verweerder verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde de aanslag, maar stelde dat geen dwangsom was verbeurd omdat de beslissing binnen de wettelijke termijn was genomen.
Eiseres betwistte de ontvangstdatum van de ingebrekestelling door verweerder en stelde dat deze eerder was ontvangen, waardoor de termijn was overschreden en een dwangsom verschuldigd was. Verweerder stelde dat de ingebrekestelling later was ontvangen en dat de termijn correct was gehanteerd.
De rechtbank beoordeelde dat de verzending via Cycloon Fietskoeriers geen gelijkwaardige postdienst is en dat het vermoeden van tijdige ontvangst niet gerechtvaardigd is. Op basis van de bewijsstukken concludeerde de rechtbank dat verweerder de ingebrekestelling op 20 februari 2020 ontving, waardoor de termijn voor beslissing op bezwaar niet was overschreden.
Verder oordeelde de rechtbank dat geen schending van de hoorplicht, het motiveringsbeginsel of het zorgvuldigheidsbeginsel had plaatsgevonden. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en er is geen dwangsom verschuldigd.