Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
“door opzettelijk in een of meer politiesystemen (vertrouwelijke) informatie (omtrent een of meer personen en/of opsporingsonderzoeken en/of incidenten en/of kentekens) te bevragen”. Deze zinsnede bezien tegen de inhoud van het procesdossier – waarin is aangegeven om welke bevragingen van personen, kentekens en incidenten het gaat - en het verhandelde ter terechtzitting op 17 november 2020 maakt naar het oordeel van de rechtbank dat het de verdachte en zijn raadsman voldoende duidelijk was waartegen hij zich diende te verdedigen. Dit geldt eveneens voor de onder 6 ten laste gelegde computervredebreuk in de periode van 1 november 2018 tot en met 12 juni 2019. Het betreft een zelfde periode en dezelfde zoekslagen genoemd in het onder feit 5 ten laste gelegde. In de tenlastelegging is onder feit 6 voorts opgenomen dat
het (delen van) servers van de politiebetreft,
te weten Basis Voorziening Integrale Bevraging en/of Basis Voorziening Handhaving en/of Bluespot Monitor.Verdachte heeft er ter terechtzitting blijk van gegeven dat hij wist waar hij van verdacht werd en waar hij zich tegen moest verdedigen.
4.De bewijsoverwegingen
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
80 (tachtig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
40 dagen.